Auteursarchief: Elbert de Jong

Elbert de Jong

Over Elbert de Jong

Elbert de Jong (1987) is hoogleraar privaatrecht aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht. Zijn expertise ligt op het terrein van het verbintenissenrecht.

Stuur e-mail | Profielpagina

Wettelijk kader zorgt voor beperkingen bij afhandeling van Groningse aardbevingsschade

Op grond van de Tijdelijk wet Groningen (TwG) is de overheid, via het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG), verantwoordelijk voor de afhandeling van Groningse aardbevingsschade. Het doel van die wet is om de aardbevingsschade op een rechtvaardige, voortvarende en ruimhartige manier én met oog voor menselijke maat af te handelen. Uit onderzoek van Andersson Elffers Felix (AEF) en Ucall blijkt dat veel gedupeerden goed worden gecompenseerd, maar er ook een aanzienlijk aantal gevallen bestaat waarin dat niet het geval is. De TwG biedt nog geen goede oplossing voor complexe schadegevallen. De belangrijkste reden hiervoor is dat de TwG het IMG de opdracht geeft de aansprakelijkheid van de exploitant, de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), af te wikkelen volgens het reguliere aansprakelijkheidsrecht. Daardoor is de speelruimte voor het IMG om ingewikkelde schadegevallen goed te helpen beperkt, en komen daar tijdrovende en complexe procedures bij kijken. In dit blog geven we beknopt enkele bevindingen weer. Vanuit Ucall waren Emanuel van Dongen en Elbert de Jong betrokken bij het onderzoek.

Lees verder

De dreigende werking van klimaataansprakelijkheid van financiële instellingen

A coal fired power plant on the Ohio River just West of Cincinnati

Klimaatverandering brengt ook voor financiële instellingen aansprakelijkheidsrisico’s met zich. Wanneer financiële instellingen in hun bedrijfsvoering rekenschap willen geven van die risico’s kunnen zij in een spagaat belanden. Enerzijds kunnen zij, om de aansprakelijkheidsrisico’s te verkleinen, bepaalde zakelijke relaties preventief weren en/of (lang)lopende relaties voortijdig stopzetten. Anderzijds kan die praktijk als zodanig, zo leren ervaringen in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, ook juridische implicaties hebben. Duidelijke wettelijke regels over de verplichtingen van financiële instellingen in het tegengaan van klimaatverandering zijn daarom meer dan welkom. Idealiter komt die duidelijkheid van de  (Europese) wetgever. Aannemelijker is het dat de civiele rechter die sturing van geval tot geval op basis van open normen zal moeten geven en het dus nog wel een tijdje duurt voordat we die duidelijkheid hebben.

Lees verder

Hangmatten en paarden: over de redelijkheid van mede-bezittersaansprakelijkheid

Zijn bezitters van een huis tegenover elkaar aansprakelijk als het huis schade toebrengt aan een van beiden? Is de bezitter van een hond aansprakelijk tegenover zijn medebezitter indien de hond schade toebrengt aan die andere bezitter? En wat te denken van aansprakelijkheid bij medebezitters van een zaak? De Hoge Raad beantwoordde mede ingegeven door de maatschappelijke opvatting de eerste vraag bevestigend en de tweede ontkennend. Het antwoord op de derde vraag is nog niet gegeven. Maar, hoe denkt ‘de maatschappij’ hierover? Uit ons empirische studie blijkt dat een substantiële meerderheid van de respondenten het aannemen van medebezitters-aansprakelijkheid in alle drie de genoemde situaties redelijk acht. In ons hoofdstuk, waarvan dit blog een beknopte weergave vormt, geven we verklaringen voor deze discrepantie en reflecteren we ook op de implicaties van deze discrepantie voor het gebruik van de term maatschappelijke opvatting. Wij concluderen dat, vanuit empirische optiek bezien, het gebruik van de term ‘maatschappelijke opvatting’ als maatstaf beter gemeden kan worden. De resultaten zijn te lezen in hoofdstuk 7 van de bundel Opvattingen Onderzoeken.

Lees verder

Klimaataansprakelijkheid van private ondernemingen

In december 2020 startte de inhoudelijke behandeling van een in potentie impactvolle klimaatprocedure van Milieudefensie en enkele andere belangenorganisaties tegen Shell. Dit soort klimaatzaken spreken tot de verbeelding. Met name is er veel aandacht voor de rol van de rechter. Een ander thema dat naar voren komt, is hoe kwesties van klimaataansprakelijkheid van ondernemingen zich verhouden tot de grondslagen en leerstukken van het materiële aansprakelijkheidsrecht. Hoe valt, met andere woorden, een probleem als klimaatverandering in civielrechtelijke leerstukken, zoals de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm, relativiteit, causaliteit en schade, te vatten? De beantwoording van dit soort vragen brengt moeilijke keuzes met zich die naar mijn smaak nog te weinig onderwerp van (rechtswetenschappelijk) debat zijn, terwijl ze wel aan relevantie zullen winnen. In mijn recente redactioneel voor het NTBR vraag ik om meer aandacht voor dergelijke vragen. Het redactioneel is hieronder, zonder voetnoten, opgenomen.

Lees verder

Verhaalspositie van bezorgers bij verkeersongevallen

In de recente aflevering van AV&S bespreken Maria Bouwman (VU) en ik de verhaalspositie van de bezorger die schade oploopt door een verkeersongeval tijdens de bezorging. Indien de bezorger werkt op basis van een arbeidsovereenkomst geldt voor de werkgever een verzekeringsplicht. Wanneer de bezorger daarentegen werkt op basis van een overeenkomst van opdracht, komt de vraag naar voren of een plicht tot het afsluiten van zo’n verzekering via de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid van art. 6:248 lid 1 BW moet worden aangenomen. In onze bijdrage concluderen we dat er uitzonderingsgevallen denkbaar zijn waarin die vraag bevestigend moet worden beantwoord. In deze blog een samenvatting van het artikel.

Lees verder

Beïnvloedt de motiveringsstijl de maatschappelijke acceptatie van rechtspraak?

De rechter dient zijn uitspraak te motiveren, mede omdat die motivering van belang is voor de maatschappelijke acceptatie van rechtspraak. Bij sommigen leeft de gedachte dat de ene motiveringsstijl deze acceptatie meer ten goede zou komen dan de andere. In het bijzonder zou de discursieve motiveringsstijl een (positieve) invloed hebben op de maatschappelijke acceptatie van rechtspraak. Maar in hoeverre is dat daadwerkelijk het geval? Een Utrechts-Leids team, bestaande uit Ivo Giesen en Elbert de Jong van de UU, en Willem van Boom en Niek Strohmaier van de UL, deed empirisch onderzoek naar de vraag in hoeverre de gehanteerde motiveringsstijl de maatschappelijke aanvaarding van rechtspraak beïnvloedt. In het Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht verschenen de resultaten van die studie. In dit blog lichten wij een klein tipje van de sluier op. 

Lees verder

Procederen over ‘juiste’ wetenschap

De afgelopen periode zijn er spraakmakende (of voor sommigen zelfs: geruchtmakende) procedures gevoerd waarin de rechter, min of meer, is gevraagd te bepalen of wetenschappers het bij het rechte eind hebben. Is 5G schadelijk? En werkt de PCR-test voor corona wel? Dergelijke procedures roepen de vraag op hoe de rechter zich dient te verhouden tot ‘de wetenschap’. Wanneer kan hij overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van de juistheid van wetenschappelijke kennis en inzichten en wanneer moet hij vermijden op de ‘stoel van de wetenschap’ te gaan zitten? In dit blog bespreek ik waarom er slechts in uitzonderlijke situaties ruimte is voor rechterlijk ingrijpen. Inzicht in de redenen achter deze terughoudende opstelling van de rechter, kan in het bijzonder advocaten helpen om zichzelf en hun cliënten duidelijkheid te verschaffen over de (veelal) geringe kans van slagen van procedures waarin de juistheid van wetenschappelijke kennis en inzichten aan de rechter worden voorgelegd.

Lees verder

Aansprakelijkheid voor gebrekkige coronavaccins

In rap tempo wordt wereldwijd gezocht naar een goed werkend coronavaccin. Vanuit de industrie komen de signalen dat men wellicht niet alle bijwerkingen van een vaccin (nu al) kan voorzien. Dat roept de vraag op of de producenten van een coronavaccin immuniteit dient toe te komen voor eventuele (product)aansprakelijkheid. Op Europees niveau wordt inmiddels al gesproken over de afwikkeling van schadeclaims voor gebrekkige coronavaccins. Het Algemeen Dagblad berichtte onlangs dat in Europees verband reeds met enkele farmaceuten afspraken hierover zijn gemaakt. Met het risico ingehaald te worden door de ontwikkelingen, heb ik een bijdrage over deze thematiek geschreven die in aflevering 37 van het Nederlands Juristenblad verschijnt. Deze blog vormt een samenvatting van die bijdrage. In die bijdrage bespreek ik dat terughoudendheid moet worden betracht bij het accepteren van (juridische en feitelijke) immuniteit voor (product)aansprakelijkheid voor een gebrekkig coronavaccin. Een schadefonds voor slachtoffers van de bijwerkingen van een coronavaccin is daarentegen wel het overwegen waard. Een dergelijk fonds kan als neveneffect hebben dat de zorgen van de producenten over een onbeheersbaar aansprakelijkheidsrecht (deels) worden weggenomen. Daar mag echter wel een prijskaartje aanhangen.

Lees verder

How Dutch Tort Law Responds to Risk

On the 20th of February, the volume Risk Regulation through Private Law, edited by Ucall-research fellow Matt Dyson, was launched at Oxford University. The volume explores, for nine legal systems, an overarching legal conception of risk, particularly of the linked role of a) risk-taking in generating liability and b) in liability regulating risk. It consists of two parts. Part I of the volume (Risk Overviews) deals with risk-based reasoning within those nine tort law systems and examines how risk influences the nature and content of tort law. Part II (State of the National Art on Risk) focuses on specific developments within the legal systems. Ivo Giesen, Elbert de Jong and Marlou Overheul wrote the Dutch chapter for part I. De Jong also wrote the Dutch chapter for part II, dealing with judicial risk regulation in e.g. the context of climate change, tobacco related risks, and air-quality standards (for more on that, see here and here). In this weblog we discuss the most important insights of the Dutch chapter in part I (see I. Giesen, E.R. de Jong & M. Overheul, ‘How Dutch Law Responds to Risks’, in: M. Dyson (ed.), Regulating Risk Through Private Law, Intersentia 2018, p. 165-193).  Lees verder

Verplichtingen van bedrijven bij klimaatverandering

Op dinsdag 23 januari 2018 werden, in navolging van de presentatie op 18 januari in Amsterdam, de ‘Principles on Climate Obligations of Enterprises’ (hierna: principles) gepresenteerd in Londen. De principles zijn een follow-up van de Oslo-principles die de verplichtingen van staten ten aanzien van klimaatverandering in kaart brengen, waarover Giesen reeds een blog schreef. De principles zijn opgesteld door ‘the Expert Group on Climate Obligations of Enterprises’, bestaande uit experts op het gebied van het internationale recht, het aansprakelijkheidsrecht, het milieurecht, het ondernemingsrecht en mensenrechten. Het project is geïnitieerd door Jaap Spier. Hij stelde tevens de principles en het daarbij behorende commentaar op. Deze blog behandelt het doel van de principles, de belangrijkste verplichtingen en hun juridische status en legitimiteit. Voor een meer gedetailleerde verhandeling van deze en andere thema’s wordt het lezen van de principles, die open access zijn gepubliceerd, van harte aanbevolen. Lees verder