Categorie archief: Beweging in het Aansprakelijkheidsrecht

De ‘Yuridisering’ van Nederland

hoge-raad-2De Olympische Spelen in Rio brachten afgelopen augustus mooie sport en zinderende spanning, maar ook, via het kort geding dat turner Yuri van Gelder aanspande nadat hij uitgesloten werd van deelname, het besef dat de juridisering van de samenleving ook in Nederland hard toegeslagen heeft. Niets geen ‘Amerikaanse’ toestanden, maar ‘Hollands welvaren’, zo lijkt het.

Lees verder

De Wet Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: een succesverhaal

hoge-raad-%282%29De ‘Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad’ (hierna: Wpv) maakt het voor de civiele feitenrechter (rechtbank en hof) mogelijk om gedurende een civiele procedure en alvorens daarin een einduitspraak te doen, prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. In het recent verschenen boek ´De Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad´ wordt de werking van de Wpv in het civiele recht geëvalueerd. Daarnaast is onderzocht of het mogelijk is om deze procedure ook in het strafrecht in te voeren. Op grond van een literatuurstudie en interviews met betrokkenen bij de procedure, is geconcludeerd dat de Wpv in het civiele recht een onverdeeld succes is en invoering in het strafrecht opportuun is. De Minister van Veiligheid en Justitie gaf in zijn reactie aan het Parlement  aan dat hij de conclusie van het rapport onderstreept en de aanbevelingen overneemt. Hieronder behandelen wij de belangrijkste bevindingen van het genoemde onderzoek naar het functioneren van de prejudiciëlevraagprocedure in het civiele recht. Hoewel de betrokkenen bij de regeling (zéér) positief zijn over de regeling, sluiten we af met enkele kritische(re) noten.
Lees verder

Collectieve schadevergoedingsactie in zicht

blog-keirseDe roep om een collectieve schadevergoedingsactie wordt luid gehoord en is brandend actueel. Er is een nieuw Nederlands wetsvoorstel in wording dat de afwikkeling van massaschade in een collectieve actie mogelijk maakt. Over ongeveer een week zal de Raad van State advies uitbrengen over dit voorstel. Als alles positief verloopt, zal het wetsvoorstel vervolgens worden ingediend bij de Tweede Kamer en dan ook openbaar worden gemaakt. Daarbij zal Nederland – evenals de andere Europese lidstaten dit jaar voor het eerst – verslag moeten uitbrengen aan de Europese Commissie over de maatregelen die genomen zijn ter uitvoering van de in de Europese Aanbeveling vervatte beginselen voor collectief verhaal. Belangrijke vragen waarmee wordt geworsteld, betreffen de criteria die gesteld moeten worden aan de kwaliteit en de ontvankelijkheid van de organisatie die de collectieve (schadevergoedings)actie aanbrengt, de mate waarin gedupeerden gebonden zijn aan de uitkomst van de procedure en de wijze van schadevaststelling en –vergoeding.
Lees verder

Rechtsvorming door feitenrechters: vooralsnog meer vragen dan antwoorden

Vrouwe justitia2Het is een bekend fenomeen dat Nederlandse (hoogste) rechters in hun rechtspraak in beginsel alleen wijzen op hun rechtsvormende taak wanneer de beantwoording van een bepaalde rechtsvraag buiten die taak ligt, en niet wanneer zij daadwerkelijk aan rechtsvorming doen (vergelijk J.B.M. Vranken, Algemeen Deel**, Zwolle: Tjeenk Willink 1995, nr. 241). Dit maakt dat het herkennen van rechterlijke rechtsvorming vaak lastig is en dat onduidelijk blijft waar die rechtsvormende taak bestaat en hoe ver die reikt. Niettemin is het veilig om te zeggen dat van rechterlijke rechtsvorming sprake is als een rechter het geldende recht vaststelt en de betekenis ervan verder strekt dan het specifieke geschil dat met die uitspraak wordt beslecht. Tot eenzelfde omschrijving is onlangs IJzermans gekomen (M.G. IJzermans, ‘Legitimiteit door dialoog in de rechtszaal’, RMThemis 2016, p. 13-25). Het interessante aan die bijdrage is dat zij ook ingaat op de rechtsvormende praktijk van de feitenrechters. Traditioneel wordt rechterlijke rechtsvorming immers vooral besproken aan de hand van de rechtspraak door de Hoge Raad. Toch zijn er meerdere voorbeelden te noemen waarin het de feitenrechter is die optreedt als rechtsvormer. Hoewel rechtsvorming in alle rechtsgebieden voorkomt, beperken wij ons tot het onrechtmatige daadsrecht. In deze blog zullen wij voorbeelden uit dit rechtsgebied bespreken en daarna een aantal vragen opwerpen die relevant zijn voor de rechtsvormende praktijk van de feitenrechter.
Lees verder

Nieuws over het aansprakelijkheidsrecht en het aansprakelijkheidsrecht in het nieuws

Microfoons1Op 1 april 2016, in het Paleis van Justitie te Wenen op de 15th Annual Conference on European Tort Law, passeerden de ontwikkelingen van het aansprakelijkheidsrecht in Europa de revue. Deskundigen uit negenentwintig Europese landen presenteerden de hoogtepunten van het aansprakelijkheidsrecht van het jaar 2015. Nieuwe wetgeving, spraakmakende rechtszaken en Europese lijnen van ontwikkeling werden uiteengezet. Meerdere zaken haalden niet alleen de agenda van dit jaarcongres, maar ook het nieuws in binnen- en buitenland. Media-aandacht zet de inzet van het geding kracht bij, althans aan een van beide zijden. Dat geldt te meer als daarbij ook belangen van derden in het spel zijn. Lees verder

Les uit België? Staatsaansprakelijkheid wegens onrechtmatige rechtspraak

organisationOp 30 juni 2014 heeft het Grondwettelijk Hof van België een ook voor Nederland interessant arrest gewezen (Grondwettelijk Hof 30 juni 2014, R.W. 2014-2015, p. 1573-1582, m.nt. Van Oevelen). Dat arrest is, voor zover te overzien, nog niet in de Nederlandse literatuur besproken, maar ik verwacht dat dit snel gaat veranderen. In het arrest komt namelijk onder meer tot uitdrukking dat het Belgisch Grondwettelijk Hof in een zuiver nationaalrechtelijke zaak aangaande het leerstuk van staatsaansprakelijkheid wegens onrechtmatige rechtspraak rekening houdt met de Köbler-rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ 30 september 2003, C-224/01, ECLI:EU:C:2003:513; AB 2003/429, m.nt. Widdershoven). Het voorgaande roept de vraag op welke les uit het arrest van Grondwettelijk Hof van België voor Nederland kan worden getrokken?
Lees verder

De Oslo Principles: zijn de gevaren van ‘climate change’ juridisch te redresseren?

Climate change - ijsbeerOp 1 maart 2015 werden de Oslo Principles on Global Climate Change Obligations aangenomen. Het betreft hier, aldus de preambule bij die Principles, ‘a set of Principles that comprise the essential obligations States and enterprises have to avert the critical level of global warming’. Deze principes, die aldus neerleggen welke juridische verplichtingen staten en bedrijven hebben om de effecten van klimaatverandering een halt toe te roepen, lijken nog niet erg bekend in Nederland – al komt daar wellicht verandering in met de recente publicatie van de Spier-bundel – en roepen ook wel enkele vragen op. Die onbekendheid is betreurenswaardig, omdat de maatschappelijke kwestie die door de Principles aangesneden wordt, ons allen (en de generaties na ons) aangaat.
Lees verder

Macro-effecten van civiele aansprakelijkheidstelling

hammer-719066_960_720De laatste jaren wordt er, mede met het oog op de versterking van de rechtsvormende taak van de civiele (cassatie)rechter, door verscheidene auteurs voor gepleit dat rechters meer oog moeten hebben voor de (mogelijk) macro-effecten van hun beslissingen. De moderne rechter kijkt naar de mogelijke niet-juridische effecten van zijn beslissing, ook voor derden. Maar kunnen we dit van de rechter verlangen? Heeft hij voldoende zicht op de mogelijke macro-effecten van zijn beslissing en indien dit niet het geval is, (hoe) kan hij dit zicht verkrijgen? In mijn bijdrage voor de Spier-bundel heb ik enkele drempels en oplossingsrichtingen geschetst voor het meewegen van de macro-effecten bij civielrechtelijke aansprakelijkstelling.  Deze drempels die de rechter tegen kan komen, kunnen aanzienlijk zijn. Lees verder

De claimindustrie als onderzoeksobject

 

money-1005476_960_720Onder de kop ‘De claimindustrie’ besteedde de Volkskrant op zaterdag 27 februari jl. aandacht aan de toename van het aantal collectieve schadeclaims in ons land. De cijfers die de krant presenteerde liegen er niet om: organisaties die een half miljoen mensen zouden vertegenwoordigen, claimden samen voor 1,6 miljard euro aan schadevergoeding bij bedrijven en instellingen. Toch zal dit bericht de gemiddelde krantenlezer niet hebben verbaasd. Geregeld melden de media over nieuwe collectieve schadeclaims en veel mensen zullen zich hebben afgevraagd of zij daar ook niet bij zouden moeten aanhaken. Wie heeft er nou geen verzekering afgesloten die een woekerpolis blijkt te zijn, rijdt geen auto met sjoemelsoftware, speelt niet mee in de staatsloterij of rijdt niet geregeld in de spits met de NS? Slechts een enkeling zou erover piekeren om voor zichzelf te gaan procederen om de schades waar het hier om gaat te verhalen. Daarvoor zijn de schadebedragen te laag en de kosten en risico’s van procederen te hoog. Men spreekt hier wel van ‘strooischade’. Als de claims echter worden gebundeld in een collectieve schadevordering, gaat het opeens om aanzienlijke bedragen en wordt het een heel andere aangelegenheid. Lees verder

De civielrechtelijke sanctionering van schendingen van de beginselen van burgerlijk procesrecht

Asser Procesrecht 1 Beginselen van burgerlijk procesrechtBegin december 2015 verscheen in de Asser Procesrecht-reeks een deel van mijn hand over ‘Beginselen van burgerlijk procesrecht’ (Wolters Kluwer: Deventer 2015). Daarin bespreek ik, na enkele Algemene beschouwingen, de leidende beginselen van het civiele procesrecht, vanuit Nederlands en Europees perspectief. Gevoed door het onderzoek naar en de analyse van de zeven besproken beginselen van procesrecht, heb ik in die Algemene beschouwingen een hoofdstuk opgenomen over ‘Sanctionering na schendingen van een beginsel van procesrecht’. Ik ontdekte in mijn onderzoek naar die zeven specifieke beginselen namelijk al snel dat de sanctionering van schendingen van die beginselen (welke vrijwel altijd ook als mensenrecht beschermd worden door artikel 6 EVRM en artikel 47 Handvest EU) in Nederland nogal stiefmoederlijk bedeeld is. Het thema wordt niet tot nauwelijks besproken in de doctrine en veel specifieke regels (via wetgeving of rechtspraak) zijn er ook al niet. Mitsdien weten wij ons eigenlijk nauwelijks raad met de sanctionering van dit soort schendingen. Ik meen dat dit een slechte zaak is, dat er dus dringend verbetering nodig is en dat er – gelukkig – ook een oplossing beschikbaar is.
Lees verder