Bewegingen van overheidsaansprakelijkheidsrecht

Een van de belangrijkste ontwikkelingen in en op de grenzen van het aansprakelijkheidsrecht betreft het overheidsaansprakelijkheidsrecht. In een groot aantal landen, waaronder Nederland, zijn belangrijke wettelijke hervormingen op het terrein van overheidsaansprakelijkheidsrecht doorgevoerd. Voorts is er sprake van een aanhoudende stroom van – voor de ontwikkeling van het aansprakelijkheidsrecht – belangrijke jurisprudentie hier te lande en daarbuiten. De afgelopen decennia heeft bovendien het Hof van Justitie van de Europese Unie een uniform stelsel van lidstaataansprakelijkheid voor schending van Unierecht ontwikkeld en heeft ook de rechtspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens het overheidsaansprakelijkheidsrecht beïnvloed en geëuropeaniseerd.  Te midden van deze bewegingen rijst de vraag of het Nederlandse overheidsaansprakelijkheidsrecht in of uit de pas loopt met andere rechtsstelsels, of Nederland met andere woorden een inhaalslag heeft te maken.
Lees verder

De zaak Wood v Capita Insurance Services [2017] UKSC 24 inzake uitleg van een commercieel contract: een onvoordelige ‘bargain’ is de eigen verantwoordelijkheid van partijen

Uitleg van bedingen in commerciële contracten tussen professionele partijen: dat is ingewikkelde thematiek, zowel in Nederland als in Engeland. In deze blog wordt aan de hand van een zeer recente uitspraak van het Supreme Court van het Verenigd Koninkrijk aangestipt hoe het Engelse recht omgaat met deze problematiek, waarbij zal blijken dat partijen volgens het Supreme Court een grote eigen verantwoordelijkheid voor de formulering van contractsbepalingen hebben. De rechter schiet een partij die niet stevig genoeg heeft onderhandeld over de contractvoorwaarden, niet achteraf te hulp, zo zal blijken. Voor de Nederlandse jurist is deze uitspraak interessant, omdat men zich bewust moet zijn van de consequenties als een contract naar Engels recht moet worden beoordeeld.
Lees verder

Honderd UCALL weblogs: een succesvolle verspreider van het ‘Ucall-gedachtegoed’

Op 8 april 2014 verscheen de eerste tekst op dit weblog. Programmaleider Ivo Giesen schreef daarbij over het klassieke thema van de verhouding tussen de wetgever en de rechter. Nu bijna drie jaar later, verschijnt het honderdste weblog. Een goed moment om kort te reflecteren op het Ucall-weblog, de balans op te maken en vooruit te kijken naar de richting die wij met dit weblog op zullen gaan. Het weblog blijkt een goede manier te zijn om snel ideeën te verspreiden naar een potentieel groot publiek. Weblogteksten worden geregeld opgepakt in andere media en kunnen na een nadere uitwerking leiden tot volwaardige wetenschappelijke publicaties. Zij zijn een laagdrempelige manier om onderzoeksresultaten en het ‘Ucall-gedachtegoed’ te verspreiden en verder te ontwikkelen. Lees verder

Aansprakelijkheid voor schade door gasboringen (2): de Rechtbank Noord-Nederland stelt aansprakelijkheid Nederlandse Staat vast, maar wijst vergoeding af

In onze blog van 7 maart jl. belichtten wij de overwegingen van de Rechtbank Noord-Nederland die leidden tot het oordeel dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) onder andere aansprakelijk is voor geleden en nog te lijden immateriële schade door mensen die boven het Groningenveld wonen en hebben gewoond. In dit tweede blog over het vonnis van 1 maart staat, zoals aangekondigd, het ‘hoe en waarom’ centraal van het oordeel van de rechtbank dat de Staat onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat oordeel leverde geen schadevergoedingsverplichting, maar wel de nodige stof tot discussie op.
Lees verder

Hoge Raad over het ‘recht om vergeten te worden’ van een veroordeelde crimineel

Door Stefan Kulk & Frederik Zuiderveen Borgesius

Op 24 februari 2017 verscheen een arrest van de Hoge Raad over een verwijderverzoek aan Google. In zijn arrest laat de Hoge Raad zich uit over hoe de rechten op privacy en gegevensbescherming zich verhouden tot het recht op vrijheid van meningsuiting. In deze blogpost geven we kort commentaar op het arrest van de Hoge Raad.
Lees verder

Anticiperen op de stelplicht: voetangels en klemmen in het ‘letselschadebewijsrecht’

Tijdens het laatste symposion van de vereniging voor letselschadeadvocaten (LSA) op 27 januari jongstleden was de aandacht volledig gericht op de ‘opbouw’ van een personenschadezaak vanaf de intake tot de regeling of uitspraak. Ik was door de organisatoren gevraagd iets te komen vertellen over het inschatten van voetangels en klemmen met betrekking tot de stelplicht en het bewijs bij het opzetten en behandelen van een personenschadezaak. Daarover is natuurlijk het nodige te zeggen. Ik onderscheidde zelf drie thema’s voor de nog te verschijnen bundel naar aanleiding van het congres. Daarvan licht ik er één hier uit, namelijk de noodzaak om te anticiperen op de stelplicht en de (gemotiveerde) betwistingsplicht. Ik bekijk dit thema vanaf de intake, dus vanaf het moment waarop en de rechtsbijstandverleners en de verzekeraar(s) inschattingen moeten gaan maken, vooruit moeten gaan denken, en moeten gaan bedenken wat een eventueel later in te schakelen rechter – want dat is steeds het uiteindelijke perspectief – zal beslissen, gegeven hetgeen gebeurd is tussen slachtoffer en (vermeende) dader.

Lees verder

Aansprakelijkheid voor schade door gasboringen (1): de Rechtbank Noord-Nederland wijst vergoeding van immateriële schade toe

Op woensdag 1 maart 2017 besliste de Rechtbank Noord-Nederland, onder meer, dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) aansprakelijk is voor door inwoners van het Groningenveld geleden en nog te lijden immateriële schade, en voor vermogensschade in de zin van gemist ongestoord woongenot waarvoor uitgaven zijn gedaan die vanwege de aardbevingen doel hebben gemist. Het is dit deel van het vonnis dat in deze blog centraal staat, en wel in het bijzonder de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van de vergoedingsplicht van de NAM voor de door eisers geleden immateriële schade. Naast de aansprakelijkheid van de NAM heeft de Rechtbank ook geoordeeld dat de Staat onzorgvuldig heeft gehandeld. Een schadevergoedingsverplichting heeft dat echter niet opgeleverd. Het hoe en waarom van die beslissing bespreken we in deel twee van deze blog over het vonnis dat overigens – aldus Rijnhout – meer aandacht in de landelijke media had verdiend. 

Lees verder

De rechtszaken over de gaswinning in Groningen vragen om daadkracht

Op 1 maart besliste de Rechtbank Noord-Nederland dat de Groningers in het gaswinningsgebied een vergoeding voor immateriële schade (leed) toekomt, omdat hun recht op een veilige woonomgeving en persoonlijke levenssfeer op ernstige wijze is doorkruist door de NAM. De gedupeerden hebben stress, zijn bang voor hun veiligheid en die van hun dierbaren, hebben financiële zorgen en het is onzeker of en wanneer dit gaat eindigen. De aardbevingen in Groningen vormen op dit moment een van de belangrijkste maatschappelijke problemen in Nederland. Het wordt hoog tijd dit niet alleen te erkennen, maar ook om daadkrachtig op te treden.

Lees verder

Deadly by design: wie is verantwoordelijk voor de schadelijke gevolgen van de sjoemelsigaret?

Op 29 april 2016 deed Bénédicte Ficq namens de Stichting Rookpreventie Jeugd aangifte
tegen vier grote tabaksfabrikanten
. De aanklacht is fors, de tabaksindustrie zou moeten worden vervolgd voor poging (art. 45 Sr jo) tot moord en/of doodslag (art. 289 resp. 287 Sr) poging zware mishandeling (303 Sr) en/of opzettelijke benadeling van de gezondheid (art. 300 jo 301 Sr), en valsheid in geschrifte (art. 225 Sr). Daarbij richt de aangifte zich niet alleen tot de bedrijven, maar ook tot de feitelijk leidinggevers.

Lees verder

Dutch Supreme Court upholds immunity of the European Patent Organization in collective labor case

EPO_HagueOn 20 January 2017, the Dutch Supreme Court ruled that it had no jurisdiction over claims brought by two trade unions against the European Patent Organization (EPO), an international organization (partly) based in The Hague. The Court held that the organization enjoyed immunity from the jurisdiction of Dutch courts in accordance with the EPO Protocol on Privileges and Immunities. This judgment puts an end to a drawn-out and highly public case which threw the spotlight on the poor employment conditions in the EPO, including apparent restrictions of employees’ right to strike and to participate in EPO decision-making. The Supreme Court could be criticized for upholding the organization’s immunity in this case. However, from a systemic point of view, it is heartening that the Court affirmed the principle that conferring immunity from jurisdiction should not affect the very essence of a claimant’s right of access to justice, enshrined in Article 6 of the European Convention on Human Rights (ECHR). In future cases, claimants can continue to rely on Article 6 ECHR to challenge acts of international organizations before Dutch courts. As far as the EPO case is concerned, it is hoped that, even if the EPO’s immunity was upheld, the Dutch litigation serves as a wake-up call to push through important reforms within the organization.
Lees verder