Categorie archief: Beweging in het Aansprakelijkheidsrecht

Het Kelderluik-arrest: van niet zo revolutionair naar niet meer weg te denken

Duchateau had haast op 23 februari 1961: hij had eerder die dag wat gedronken, en hij moest nodig naar het toilet. Zijn val in het kelderluik van café De Munt te Amsterdam en de daaropvolgende procedure tegen Coca-Cola zijn alom bekend in juridisch Nederland. Maar weten we eigenlijk precies van de Kelderluik-zaak wat we daarvan zouden moeten weten? Hoe paste de Kelderluik-zaak binnen de destijds geldende regels inzake de ‘onregtmatige daad’ (art. 1401 (oud) BW)? Werd het al meteen als baanbrekend gezien? Recent rechtshistorisch dossieronderzoek in het Noord-Hollands Archief en het Nationaal Archief en literatuuronderzoek schijnt nieuw licht op deze kwesties. Deze blog doet daarvan kort verslag (zie uitvoeriger: E.G.D. van Dongen & I. Giesen, Het Kelderluik-arrest: van niet zo revolutionair naar niet meer weg te denken, RM Themis 2018/2, p. 67-78). Lees verder

De NOM-clausule in het Engelse recht naar aanleiding van het arrest Rock Advertising Limited v MWB Business Exchange Centres Limited [2018] UKSC 24

Het leven kan simpel zijn, maar er zijn altijd wel een paar juristen beschikbaar die deze eenvoud ruw willen verstoren. Of is het een kwestie van ‘don’t shoot the messenger’ en worden gewone mensen of bedrijven door diezelfde juristen gewezen op het vertonen van inconsistent gedrag? 

In een recent arrest van het Supreme Court van het Verenigd Koninkrijk – hierna: Rock Advertising genoemd –, speelt een ogenschijnlijk eenvoudig, maar niettemin principieel juridisch contractenrechtelijk probleem: dat van de betekenis en geldigheid van een non oral modification clause (de NOM-clausule). Dit arrest is ook gesignaleerd door Drion in het Nederlands Juristenblad (NJB 2018/996). Over de in dit arrest vervatte problematiek hebben vanuit nationaalrechtelijk perspectief recentelijk Van Wechem en Schelhaas een mooie bijdrage geschreven in het tijdschrift Contracteren (Contracteren 2017/2, p. 47-52). Ik beperk me in deze signalering tot een korte schets van de feiten, de uitspraak naar Engels recht en ik ga daarbij in op de geldigheidskwestie van de NOM-clausule, de doctrine van de ‘promissory estoppel’ en het leerstuk ‘consideration’. Lees verder

(Zelf)Regulering van en in het privaatrecht: op zoek naar een ‘ReL’?

Er is op dit moment alle aanleiding – geen zorg, ik licht dat hieronder toe – om de vraag naar de verantwoordelijkheid van de privaatrechtelijke wetgever, mede in relatie tot de civiele rechter, opnieuw aan de orde te stellen. Dat betekent in het huidige tijdsgewricht wel dat daarbij tevens een derde groep van (neutraal geformuleerd) ‘regelmakers’ in de beschouwing moet worden meegenomen. Het gaat dan om de private actoren (als in: de markt, de branches) die bij het uitvaardigen van ‘regelgeving’ betrokken zijn; kortom, zelfregulering of alternatieve regelgeving. Dat fenomeen roept namelijk de vraag op: wanneer moet de wetgever optreden en wanneer laat deze private actoren aan het roer?  Lees verder

Een ‘landmark’ arrest in het Engelse recht: schadevergoeding na wanprestatie (weer) back to basics!

Morris-Garner and another (Appellants) v One Step (Support) Ltd (Respondent) [2018] UKSC 20

Aan de overkant van de Noordzee bedrijft men ook privaatrecht, dat mag geen verrassing heten. Geen wetboeken, geen parlementaire geschiedenis, maar ‘decisions’: rechtspraak vormt de ruggengraat van de bekende, maar hier te lande soms ook gevreesde, ‘common law’. Maar wat is het soms een feest om in één enkele uitspraak op uiterst leesbare wijze een geheel onderdeel van het privaatrecht zo eloquent over het voetlicht te zien gebracht. Lees verder

Ongezond en (on)geoorloofd; vrij of veilig?

(Volks)gezondheidsproblemen die gepaard gaan met roken, alcohol, suiker, transvetten en andere legale maar (potentieel) gezondheidsbedreigende producten, halen dagelijks het nieuws. Vanuit alle hoeken van de maatschappij wordt geroepen om gedrags- en beleidsaanpassing. Wat is de rol die het recht speelt, kan spelen en moet spelen ter bestrijding van de verwezenlijking van legale maar gezondheidsbedreigende risico’s? De zoektocht naar deze rol is de rode draad van het boek Ongezond en (on)geoorloofd. Publiek-en privaatrecht & legale, maar gezondheidsbedreigende producten en diensten dat op 18 mei 2018 op het Ucall-Jubileumcongres wordt gepresenteerd. Het boek draait om de vragen aan wie het is om in te grijpen en met welke (rechts)middelen, als schade dreigt als gevolg van legale maar gezondheidsbedreigende producten en diensten in het algemeen, en een aantal specifieke in het bijzonder. Lees verder

Land grabbing as a tort; balancing legal certainty with justice in individual cases

Each year in the week after Easter the most significant developments of the past year in the field of tort law in Europe are discussed at the Annual Conference on European Tort Law in Vienna. This conference welcomes practitioners and academics not only from Europe, but from all over the world. Experts from across Europe present the highlights of their contributions to the Yearbooks European Tort Law, which are published yearly. At the 17th Annual Conference on European Tort Law that took place at the Austrian Ministry of Justice and the Austrian Academy of Science in Vienna on 5-7 April 2018, I represented the Netherlands and spoke about a case in which the Dutch Supreme Court balanced legal certainty with justice by prolonging the prescription period of a right of action in case of land grabbing. When legal certainty and justice are struggling for supremacy, as is the case in prescription law, the question is whether the one predominates over the other. Lees verder

Twee blije WhatsApp-ers over affectieschade

Noot vooraf van de redactie: Via het e-mailadres van de Ucall blogcommissie ontvingen wij, de redactie van het Ucall weblog, hedenochtend de onderstaande tekst. Naar het zich laat aanzien betreft het een WhatsApp-conversatie tussen twee Ucall’ers over de acceptatie van de vergoeding van affectieschade in Nederland. Of het de bedoeling was om deze reeks berichten ter publicatie aan te bieden, weten we niet, maar de actualiteit van het thema  rechtvaardigt dat wel. Voor vragen of nadere duiding kunt u zich vervoegen bij de auteurs.  Lees verder

Klimaataansprakelijkheid 2.0 – Een vergelijking tussen de klimaatzaak tegen de Staat en de klimaatzaak tegen Shell

In een brief aan de directie van Shell, heeft Milieudefensie het oliebedrijf aansprakelijk gesteld voor het mede veroorzaken van gevaarlijke klimaatverandering. Als Shell niet akkoord gaat met de voorgestelde klimaatmaatregelen, stapt Milieudefensie naar de rechter. Mocht het aankomen op een rechtszaak, dan is het voor het eerst dat een belangenorganisatie probeert het klimaatbeleid van een onderneming te veranderen met behulp van een rechterlijk gebod. Eerder, in de welbekende klimaatrechtszaak van stichting Urgenda tegen de Nederlandse Staat, werd de gebodsactie al succesvol ingezet om verdergaande klimaatmaatregelen af te dwingen bij de overheid. Klimaataansprakelijkheid van ondernemingen is een andere tak van sport dan klimaataansprakelijkheid van overheden, maar er zijn ook interessante parallellen. Deze blog staat stil bij de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen het Urgenda-proces en de klimaatzaak tegen Shell. Daarnaast schetst deze bijdrage in vogelvlucht het juridisch kader van klimaataansprakelijkheid. Lees verder

How Dutch Tort Law Responds to Risk

On the 20th of February, the volume Risk Regulation through Private Law, edited by Ucall-research fellow Matt Dyson, was launched at Oxford University. The volume explores, for nine legal systems, an overarching legal conception of risk, particularly of the linked role of a) risk-taking in generating liability and b) in liability regulating risk. It consists of two parts. Part I of the volume (Risk Overviews) deals with risk-based reasoning within those nine tort law systems and examines how risk influences the nature and content of tort law. Part II (State of the National Art on Risk) focuses on specific developments within the legal systems. Ivo Giesen, Elbert de Jong and Marlou Overheul wrote the Dutch chapter for part I. De Jong also wrote the Dutch chapter for part II, dealing with judicial risk regulation in e.g. the context of climate change, tobacco related risks, and air-quality standards (for more on that, see here and here). In this weblog we discuss the most important insights of the Dutch chapter in part I (see I. Giesen, E.R. de Jong & M. Overheul, ‘How Dutch Law Responds to Risks’, in: M. Dyson (ed.), Regulating Risk Through Private Law, Intersentia 2018, p. 165-193).  Lees verder

Changing the Causation Requirement: its Impact on Defendant Companies

The possible success for claimants of a (mass) tort claim against a defendant company often depends on the causation requirement in Article 6:162 or Article 6:74 Dutch Civil Code (hence: CC) being fulfilled or not. Traditionally, this was a useful legal instrument for defendants to have claims dismissed, thereby keeping the floodgates of liability shut. However, in our current globalizing world (multinational) companies are confronted with causation requirements that differ from country to country and even within countries, at least in the Netherlands, depending on the factual situation. In the Netherlands, as elsewhere (for a comparative overview: S. Steel, Proof of causation in tort law, Cambridge University Press 2015), the traditional requirement of condicio sine qua non (CSQN) to establish liability has been relaxed to a large degree, either from a substantive and/or from a procedural (evidential) angle, with case law making exceptions to the rule on a case by case basis, without there being a generally applicable justification that firmly underpins these exceptions. Since there is as yet no ‘one-size-fits-all EU causation’ either, a company that has its business in multiple European countries is faced with different types of causation requirements per country and within a country. This means that the causation requirement has lost a great deal of its attractiveness for i.e. businesses over the years. The aim of this Blogpost is to highlight the possible consequences of the lack of a general justification for many of the individual changes (i.e. relaxations) in the causation requirement that facilitate the establishment of liability under Dutch tort law in our modern day and age.  Lees verder