Categorie archief: Beweging in het Aansprakelijkheidsrecht

Verhaalspositie van bezorgers bij verkeersongevallen

In de recente aflevering van AV&S bespreken Maria Bouwman (VU) en ik de verhaalspositie van de bezorger die schade oploopt door een verkeersongeval tijdens de bezorging. Indien de bezorger werkt op basis van een arbeidsovereenkomst geldt voor de werkgever een verzekeringsplicht. Wanneer de bezorger daarentegen werkt op basis van een overeenkomst van opdracht, komt de vraag naar voren of een plicht tot het afsluiten van zo’n verzekering via de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid van art. 6:248 lid 1 BW moet worden aangenomen. In onze bijdrage concluderen we dat er uitzonderingsgevallen denkbaar zijn waarin die vraag bevestigend moet worden beantwoord. In deze blog een samenvatting van het artikel.

Lees verder

Hoeveel belang heeft de verklaring voor recht?

De vordering tot verklaring voor recht eist steeds meer haar plaats op binnen de rechtsorde als volwaardig rechtsbeschermingsmiddel. Het is een instrument dat in het verbintenissenrecht in toenemende mate wordt ingezet om recht te doen aan de maatschappelijke behoefte aan andere vormen van rechtsherstel of genoegdoening dan door schadevergoeding. In een recent artikel in Maandblad van Vermogensrecht duiden wij deze ontwikkelingen, en een aantal vragen die opkomen rond de toegenomen vraag om een verklaring voor recht. Deze blog is een verkorte bewerking van dat artikel.

Lees verder

Procederen over ‘juiste’ wetenschap

De afgelopen periode zijn er spraakmakende (of voor sommigen zelfs: geruchtmakende) procedures gevoerd waarin de rechter, min of meer, is gevraagd te bepalen of wetenschappers het bij het rechte eind hebben. Is 5G schadelijk? En werkt de PCR-test voor corona wel? Dergelijke procedures roepen de vraag op hoe de rechter zich dient te verhouden tot ‘de wetenschap’. Wanneer kan hij overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van de juistheid van wetenschappelijke kennis en inzichten en wanneer moet hij vermijden op de ‘stoel van de wetenschap’ te gaan zitten? In dit blog bespreek ik waarom er slechts in uitzonderlijke situaties ruimte is voor rechterlijk ingrijpen. Inzicht in de redenen achter deze terughoudende opstelling van de rechter, kan in het bijzonder advocaten helpen om zichzelf en hun cliënten duidelijkheid te verschaffen over de (veelal) geringe kans van slagen van procedures waarin de juistheid van wetenschappelijke kennis en inzichten aan de rechter worden voorgelegd.

Lees verder

De Claimcode en de externe financier van The Privacy Collective

Vrijdag 14 augustus jl. berichtte het Financieele Dagblad dat stichting The Privacy Collective een massaschadeclaim heeft ingediend tegen twee softwarebedrijven: Salesforce en Oracle. Volgens de dagvaarding van The Privacy Collective is aan de Claimcode voldaan (dagvaarding, p. 199-200). Deze blog beziet hoe in de dagvaarding geprobeerd is om te voldoen aan Principe III van deze Code. Dit principe is relatief nieuw en gaat over externe financiering, een fenomeen waarvan in Nederland steeds meer sprake is.

Lees verder

Onderzoek naar kenmerken van langlopende letselschadezaken

In 2019 en 2020 deden onderzoekers van UCALL onder leiding van dr. Rianka Rijnhout onderzoek naar langlopende letselschadezaken in opdracht van De Letselschade Raad. De centrale vraag was wat kenmerken zijn van letselschadedossiers die niet binnen twee jaar zijn afgesloten. De belangrijkste conclusies zijn dat er in de meeste zaken meerdere redenen zijn dat zo’n zaak nog niet is afgewikkeld na twee jaar en dat er niet één reden of omstandigheid benoemd kan worden die zich in het merendeel van de zaken voordoet. De onderzoekers doen een aantal belangrijke reflecties naar aanleiding van de kenmerken die zijn gevonden. Lees verder

The Dutch climate case Urgenda on the agenda of the 18th Annual Conference on European Tort Law

Each year in the week after Easter the most significant developments of the past year in the field of tort law in Europe are discussed at the Annual Conference on European Tort Law, organized by the European Centre of Tort and Insurance Law (ECTIL) and the Institute for European Tort Law (ETL). This conference welcomes practitioners and academics not only from Europe, but from all over the world. Experts from across Europe present the highlights of their contributions to the Yearbooks European Tort Law, which are published yearly. UCALL members Jessy Emaus and myself, represent the Netherlands. At the 18th Annual Conference on European Tort Law that took place in Vienna at the Austrian Supreme Court/Palace of Justice on 25-27 April 2018, I spoke about the case of 2018 from our country that has received most attention: the historic climate case Urgenda versus the Dutch State, putting climate change at the top of everyone’s agenda. Lees verder

Ruimer baan voor smartengeld bij inbreuken op fundamentele rechten? Een reactie op HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376

Leed of verdriet komen in het schadevergoedingsrecht slechts in enkele, door de wet benoemde gevallen voor vergoeding in aanmerking. De algemene regeling hiervoor biedt artikel 6:106 BW. Wanneer de benadeelde niet is aangetast in zijn eer of goede naam en geen lichamelijk letsel heeft, is nodig dat hij ‘op andere wijze in zijn persoon is aangetast’ (behoudens in de bijzondere categorieën van sub a en c van artikel 6:106, lid 1 BW, die hier zullen blijven rusten). Deze ‘vangnetcategorie’ wordt al jaren tamelijk strak beteugeld.  Lees verder

Relativiteitsbenadering bij EU-aansprakelijkheid: gewenste resultaat?

Iedereen kent het, gebouwen moeten een energielabel hebben over hoe energie(on)zuinig een gebouw is. Deze verplichting is gebaseerd op EU-milieuregelgeving. Vele bedrijven hebben in die markt vooruitlopend en onder aanmoediging van de overheid investeringen gedaan, zoals het opleiden van personeel voor het kunnen afgeven van een energielabel. Kunnen die bedrijven jegens de Staat met succes schadevergoeding vorderen als de Staat die EU-milieuregelgeving niet of onjuist implementeert? Daarover gaat de hier besproken zaak EnergyClaim. Lees verder

Enforcement of Regulation 261/2004 and untransferable compensation claims. A blog about Court of Oost Brabant of 28 June 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:3169

Your flight is delayed. You arrive at your destination more than three hours late. You’ve heard of Regulation 261/2004 (hereafter: Reg261) that entitles you to € 400 compensation for that delay. Perhaps you call the airline and ask for compensation. You are told to fill out a web form on the airline’s website. After weeks of silence, you call again. The customer service asks you to fill out the same web form once more. You send a rather annoyed e-mail about the delay, your complaint, and your feelings about customer care services in general. You receive an e-mail in which you are thanked for choosing the airline’s service, followed by an expression of regret for the delay of the flight in question, and a notification that – unfortunately – you are not eligible for compensation because the delay was caused by an extraordinary circumstance which exonerates the airline from paying compensation.
Lees verder

Het Kelderluik-arrest: van niet zo revolutionair naar niet meer weg te denken

Duchateau had haast op 23 februari 1961: hij had eerder die dag wat gedronken, en hij moest nodig naar het toilet. Zijn val in het kelderluik van café De Munt te Amsterdam en de daaropvolgende procedure tegen Coca-Cola zijn alom bekend in juridisch Nederland. Maar weten we eigenlijk precies van de Kelderluik-zaak wat we daarvan zouden moeten weten? Hoe paste de Kelderluik-zaak binnen de destijds geldende regels inzake de ‘onregtmatige daad’ (art. 1401 (oud) BW)? Werd het al meteen als baanbrekend gezien? Recent rechtshistorisch dossieronderzoek in het Noord-Hollands Archief en het Nationaal Archief en literatuuronderzoek schijnt nieuw licht op deze kwesties. Deze blog doet daarvan kort verslag (zie uitvoeriger: E.G.D. van Dongen & I. Giesen, Het Kelderluik-arrest: van niet zo revolutionair naar niet meer weg te denken, RM Themis 2018/2, p. 67-78). Lees verder