A new mechanism for supervision of derogations from the European Convention on Human Rights: filling the accountability gap?

Article 15 of the European Convention on Human Rights (ECHR or the Convention) provides that in time of war or other public emergencies a State may derogate from most of its human rights obligations. This derogation clause grants a State a wide discretion to determine the reasons and the duration of a derogation as well as the aptness of emergency measures. The rationale is that a State is best placed to determine what constitutes a public emergency and how to restore order in its territory.

Nevertheless, such a discretionary power inherently leaves room for abuse. In the context of derogations, worrisome practices are not scarce in our present times, where crisis and emergencies (under the notions of terrorism, mass migration etc.) are pronounced lightly. In this vein, it is of pivotal importance that States’ derogation practices are exposed to strict scrutiny by international supervisory mechanisms.

At the level of the Council of Europe (CoE), the European Court of Human Rights (ECtHR or the Strasbourg Court) was the sole mechanism to exercise such a supervisory role. In addition, the Venice Commission has issued recommendations on certain derogation practices. However, it lacks the institutional mandate to engage in any meaningful supervisory function. This blog argues that the Parliamentary Assembly of the Council of Europe (PACE) has, through its Resolution 2209 (2018), established a new layer of supervision of derogation regimes by empowering the Secretary General of the CoE to actively engage with derogation practices. This blog will, first, outline why the Strasbourg Court by itself is not capable to effectively supervise states of emergency and, second, whether this gap can be filled by the enhanced role of the Secretary General of the CoE.  Lees verder

Cosmopolitan extraterritoriality

On 14 September 2019, I gave a presentation on cosmopolitanism and extraterritoriality at the annual conference of the European Society of International Law in Athens, Greece (panel on extraterritoriality). In this post I restate the main points of my presentation. This post also serves as a wrap-up of two research projects which I have carried out over the last five years, partly under Ucall auspices, on extraterritoriality and global values. These projects involved in total seven PhD researchers, whom I would like to wholeheartedly thank for their contributions. Two of these researchers were affiliated with Ucall (Lucas Roorda and Friederycke Haijer). A monograph bringing together the various parts of the project is forthcoming in spring 2020, provisionally titled ‘Selfless Intervention. The Exercise of Jurisdiction in the Common Interest’ (under contract with Oxford University Press). As cramming the research results of a large project into one blogpost is quite impossible, I will paint with a broad brush, and make choices. I will start by defining cosmopolitanism, and go on to explain how common interest-based reasoning may be inscribed into existing principles of jurisdiction, in particular territoriality. The first part of the post will be conceptual, while the second part will be more practical and doctrinal. Lees verder

Na Urgenda: een huiselijk gesprek over de overheid in het strafbankje

Wat als de Urgenda-uitspraak straks bij de Hoge Raad in stand blijft? En wat als de overheid dan niet (meer) kan voldoen aan het opgelegde bevel? Gijzelt Urgenda dan een Minister? Of gaat zij voor een fikse dwangsom, en zo ja, wat mogen ze dan doen met die centen? Wat volgt zijn enkele overpeinzingen na een keukentafelgesprek… Lees verder

Wordt de Hoge Raad ‘gevolgd’ door de wetgever? Geen vergoeding voor waardevermindering, wel voor misgelopen woongenot in Noordoost Groningen

Op vrijdag 19 juli 2019 beantwoordde de Hoge Raad de prejudiciële vragen van de Rechtbank Noord-Nederland over de verantwoordelijkheid voor en afwikkeling van de bodembewegingsschade in Noordoost Groningen. De Hoge Raad lijkt aan te sturen op een bredere kring van verantwoordelijke partijen; er zijn aanwijzingen dat naast de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) ook Energie Beheer Nederland (EBN) en de Nederlandse staat verantwoordelijk zijn. Die verantwoordelijkheid nam de overheid al ter hand door de aankondiging van het Permanente Instituut Mijnbouwschade.De overheid zegde toe daarin het civiele schadebegrip te volgen, waarvan tot 19 juli 2019 werd verondersteld dat ook waardedaling samenhangend met het aardbevingsrisico daarbinnen viel. De Hoge Raad oordeelt echter dat dit type waardevermindering niet hoeft te worden vergoed totdat sprake is van geofysische stabiliteit. Wetenschappelijk bewijs wanneer dat moment zich zal voordoen ontbreekt echter vooralsnog. Misgelopen woongenot moet wel worden vergoed. Daarmee plaatst de civiele rechter de Nederlandse rechter voor een dilemma. Lees verder

Hoge Raad over bodembewegingssschade: een bredere kring van verantwoordelijken, maar een oplossing lijkt nog niet in zicht

Op vrijdag 19 juli 2019 beantwoordde de Hoge Raad de prejudiciële vragen van de Rechtbank Noord-Nederland over de verantwoordelijkheid voor en afwikkeling van de bodembewegingsschade in Noordoost Groningen. De Hoge Raad lijkt aan te sturen op een bredere kring van verantwoordelijke partijen;er zijn aanwijzingen dat naast de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) ook Energie Beheer Nederland (EBN) en de Nederlandse staat verantwoordelijk zijn. Die verantwoordelijkheid nam de overheid al ter hand door de aankondiging van het Permanente Instituut Mijnbouwschade. Tegelijkertijd overweegt de Hoge Raad dat – hoewel verdedigbaar is dat immateriële schade wordt geleden – smartengeldbedragen in beginsel niet forfaitair begroot mogen worden, omdat deze schade hoogstpersoonlijk is. Dat voorspelt weinig voortvarendheid in het dossier:momenteel zijn al ten minste 5200 smartengeldvorderingen aanhangig bij de Rechtbank Noord-Nederland en de vraag is wat de doorlooptijd daarvan zal gaan worden als in individuele gevallen moet worden beslist. Lees verder

Extraterritorial liability for corrupt practices

On 13 June 2019, I was invited to speak in The Hague at the book launch of the new Commentary on the UN Convention against Corruption (Oxford University Press 2019, edited by Cecily Rose et al.). For this book, Friederycke Haijer and I (both Ucall) wrote a commentary to the jurisdictional article of the Convention (Article 42 UNCAC). At the launch, I addressed the question whether a state could hold a person liable for ‘extraterritorial’ corrupt practices – practices that largely take place outside the regulating state. I argue that, in principle, it can do so, but that extraterritorial liability is not limitless. Especially expansive US enforcement practices, which are based on only a tenuous US connection, may amount to jurisdictional overreach.   Lees verder

Challenges of universal jurisdiction: the Argentinian Complaint against Franco-era crimes and the lack of cooperation of the Spanish judicial authorities

In October 2018, the Central Criminal Court of the Spanish National Court (Audiencia Nacional) rejected the admission of two international rogatory commissions requested by the Argentinian courts in relation to the investigation of crimes against humanity. The alleged crimes relate to torture, murder, forced disappearance of persons and abduction of minors committed in Spain during the Francoist regime in the period between 15 July 1936 and 15 June 1977. These crimes are being investigated in Argentina under the principle of universal jurisdiction. This post analyses the legal arguments posed by the judicial authorities in Argentina and Spain to admit or reject the investigation into crimes against humanity committed during Franco’s dictatorship. Lees verder

Eerste Ucast online!

Met trots presenteert Ucall haar eerste podcast: Ucast. Voor de eerste aflevering hebben we één van de oprichters van Ucall, prof. Ivo Giesen, gevraagd om uit te wijden over zijn onderzoek, de Civilologie en het zojuist verschenen boek in de Ucall-reeks ‘Assumpties annoteren’. Ucast vroeg onder andere naar de lessen die uit dit boek gehaald kunnen worden. Giesen antwoordde dat de empirische basis van assumpties over de werkelijkheid in rechterlijke uitspraken kwestieus kan zijn. De vervolgvraag die naar voren komt is hoe rechters op een juiste manier met assumpties over de werkelijkheid om kunnen gaan. Benieuwd naar deze en andere wijze lessen uit de civilologie? Luister dan snel deze eerste Ucast, via spotify: https://open.spotify.com/show/7igHpCseTb6GXKurgmyeav of via soundcloud: https://soundcloud.com/ucastnl. Zie voor het boek: https://www.bju.nl/juridisch/catalogus/assumpties-annoteren-1-2019#

The Dutch climate case Urgenda on the agenda of the 18th Annual Conference on European Tort Law

Each year in the week after Easter the most significant developments of the past year in the field of tort law in Europe are discussed at the Annual Conference on European Tort Law, organized by the European Centre of Tort and Insurance Law (ECTIL) and the Institute for European Tort Law (ETL). This conference welcomes practitioners and academics not only from Europe, but from all over the world. Experts from across Europe present the highlights of their contributions to the Yearbooks European Tort Law, which are published yearly. UCALL members Jessy Emaus and myself, represent the Netherlands. At the 18th Annual Conference on European Tort Law that took place in Vienna at the Austrian Supreme Court/Palace of Justice on 25-27 April 2018, I spoke about the case of 2018 from our country that has received most attention: the historic climate case Urgenda versus the Dutch State, putting climate change at the top of everyone’s agenda. Lees verder

Neurorecht. Kan toerekeningsvatbaarheid worden vastgesteld met een hersenscan?

Onlangs gaf de Noorse forensisch psychiater Terje Tørrissen in Nederland een lezing. Hij was een van de vier psychiaters die Anders Behring Breivik, verantwoordelijk voor de dodelijke aanslagen in Noorwegen in 2011, voor de rechtbank onderzocht. In het NRC van 22 maart j.l. vertelt hij over de uitdagingen waarvoor hij als rapporterend psychiater kwam te staan. In dat interview lezen we ook dat Breivik weigerde mee te werken aan het maken van een hersenscan (een MRI-scan). Blijkbaar ging men ervan uit dat een MRI-scan van belang zou kunnen zijn bij een psychiatrisch onderzoek voor de rechtbank. Maar wat is eigenlijk de waarde van zo’n scan voor een forensische rapportage door een psychiater? Als we deze vraag stellen – en serieus onderzoeken – dan betreden we het terrein van het neurorecht. Wat is neurorecht?  Lees verder