Puppet states and human rights abuses: a quest for accountability

puppetOn 30 November 2016, I served as a member of the reading committee at Sciences Po in Paris which conferred a PhD in law on Bogdan Ivanel for his work on puppet states. Mr Ivanel rightly draws attention to the serious accountability problems confronting the current phenomenon of puppet states. Puppet states are secessionist entities located on the territory of one state (the ‘mother state’) but are more or less controlled by another state (the ‘sponsor state’). While the puppet typically has its own governmental institutions and largely functions as a de facto state, it is not normally recognized by the international community. In fact, it can be considered as an extension of the sponsor state, which may occupy the puppet’s territorial base. Most puppet states have been established on the territory of the former Soviet Union, e.g., Nagorno-Karabakh, Transnistria, South Ossetia, Abkhazia, and Eastern Ukraine. Given the current geopolitical stalemate, these entities are not going away any time soon. Thus, it makes sense to take them seriously, or at least to open the debate regarding their accountability towards the citizens they ‘govern’. Accountability for human rights abuses committed on the puppet’s territory, should be realized through a combination of holding the sponsor state, the mother state, and the puppet state itself responsible.
Lees verder

Does the Netherlands’ extradition of genocide suspects to Rwanda violate their human rights?

flag-map_of_rwanda-svgThe Dutch Office of the Prosecutor (Landelijk Parket) announced on 12 November 2016 that the Netherlands had extradited two Rwandan nationals to Rwanda, which suspects them of involvement in the 1994 genocide. The way for these extraditions was cleared by the Hague Court of Appeal, which on 5 July 2016 decided that extradition to Rwanda did not violate the suspects’ human rights (decision only available in Dutch). The decision confirms an international pattern of deference to Rwanda in extradition proceedings and of rejection of human rights challenges to extradition. It is to be applauded in that it takes account of the important strides which Rwanda has made with respect to due process protections in the criminal law. Giving the benefit of the doubt may pay important long-term dividends in terms of rule of law learning in a post-conflict state such as Rwanda.  
Lees verder

Limburgs erfenis? Rechtsvergelijkend onderzoek naar de vergoeding van schade als gevolg van (voormalige) steenkoolwinning

mijnbouwHet door UCALL-onderzoekers geschreven rapport over vergoeding van mijnbouwschade, dat op 23 juni door minister van Kamp van EZ aan de Tweede Kamer is gestuurd, is nu verschenen in de Ucall reeks. Aanleiding voor dit onderzoek was de discussie die in de Tweede Kamer sinds enige tijd wordt gevoerd over recente schadegevallen in Zuid-Limburg, die mogelijk verband houden met mijnbouwactiviteiten die daar in het verleden hebben plaatsgevonden. Het rapport over vergoeding van mijnbouwschade doet verslag van een onderzoek naar de vergoeding van schade als gevolg van (voormalige) steenkoolwinning in Nederland, België en Duitsland. Het beschrijft voor deze landen de mogelijkheden tot verhaal van deze schade. Hoewel de juridische stelsels in veel opzichten overeenkomen, leidt het verschil in zowel historische ontwikkeling van de steenkoolwinning en de beëindiging daarvan, als de huidige situatie op dit gebied tot andere uitkomsten. Waar in Nederland na de ontdekking van het aardgas in Groningen al vanaf halverwege de jaren zestig is overgegaan tot het sluiten van mijnen, met in 1974 de sluiting van de laatste, is steenkoolwinning in Duitsland en België veel recenter nog een grootschalige en deels ook nu nog bestaande activiteit gebleven. Voor de vergoeding van schadeclaims maakt dat veel verschil, blijkt uit ons onderzoek.

Lees verder

Civiel schadeverhaal via het strafproces and beyond

civiel-schadeverhaalHoe staat het met het civiele schadeverhaal anno 2016? Dat was de vraag waarover wij ons de afgelopen maanden hebben gebogen. In een uitgebreide verkenning hebben we, gebruikmakend van verschillende onderzoeksmethoden, onderzocht hoe succesvol het schadeverhaal van slachtoffers van delicten via het strafproces verloopt, hoe dat in de praktijk verloopt en welke problemen zich daarbij voordoen. Vergelijkingspunt was de evaluatie uit 2007, destijds uitgevoerd door Van Wingerden, Moerings en Van Wilsum. Nu gaan we niet herhalen wat elders te lezen valt. Volstaan kan worden te melden dat de kans op succesvol schadeverhaal via strafrechtelijke weg significant is toegenomen. Dat is mooi, maar er is geen reden om een loflied op de strafrechtspleging aan te heffen in dit verband, want er zijn nog steeds beletselen die schadeverhaal in de weg staan. Welke dat precies zijn is te lezen in het rapport, hier kan worden volstaan met aan te geven dat die beletselen samenhangen met enerzijds de ‘mechanische werkelijkheid’ van de strafrechtspleging en anderzijds de ‘levende werkelijkheid’ van de slachtofferervaring. De ingevoerde lezer ziet de bui al hangen, en inderdaad, de strafrechtspleging blijkt nog (steeds) niet in staat om de tragiek, en in dit geval de daarmee gepaard gaande schadelijke gevolgen, van menselijk lijden voldoende te redresseren.
Lees verder

Brexit, artikel 50 en de zaak-Miller

brexitHet zal weinigen ontgaan zijn: afgelopen week diende in Londen de zaak R (Miller) v Secretary of State for Exiting the EU over de route die de Britse regering had gekozen voor de Brexit-procedure, het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU. Kort samengevat was de intentie van de regering-May om artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (TEU), dat lidstaten mogelijk maakt uit de EU te stappen, in te roepen zonder tussenkomst van het Britse Parlement. Het Britse Hof (High Court) heeft de regering nu teruggefloten; het inroepen van artikel 50 kan alleen nadat het parlement daarmee heeft ingestemd. Door de resulterende herrie in het Parlement en de media lijkt de juridische dimensie van de zaak echter onder te sneeuwen. Dat is jammer, want die raakt een aantal fundamentele belangen. Het is goed deze eens even door te lopen. Lees verder

Agressie van jeugdige voetballers en de rol van het recht: kennis en (on)begrip van de (spel)regels empirisch getoetst

voetbalDe laatste jaren wordt er in de media regelmatig verslag gedaan van allerlei onwenselijk en soms strafwaardig gedrag door spelers en toeschouwers op en rond de Nederlandse voetbalvelden. Regelmatig ontsporen voetbalwedstrijden in scheld- en zelfs knokpartijen, zo is nog steeds in de krant te lezen. De dood van grensrechter Richard Nieuwenhuijzen in 2011 vormde hierbij een tragisch dieptepunt. Ondanks dat het aantal excessen op de amateurvoetbalvelden lijkt af te nemen (Romijn e.a. 2015), is het probleem van negatief of agressief voetbalgedrag nog steeds niet oplost. De maatschappij verafschuwt wat er langs en op onze velden gebeurt, maar weet tegelijk niet goed hoe deze uitwas aan te pakken. Het Openbaar Ministerie krijgt een rol toebedeeld, maar is niet in staat om alle onruststokers te vervolgen, de politiek lijkt achter de feiten aan te hollen en uiteindelijk draaien alle hoofden richting de KNVB. Lees verder

Kiobel v Royal Dutch Shell – het vervolg?

shellAfgelopen maandag kwam Associated Press met interessant nieuws, dat ook door enkele Nederlandse media werd overgenomen: Esther Kiobel, weduwe van dr. Barinem Kiobel, is van plan een civiele zaak te starten tegen Shell in Nederland voor medeplichtigheid aan de executie van haar man door het dictatoriale regime in Nigeria in 1995. De precieze details, waaronder de gronden voor aansprakelijkheid en de vraag wie precies als verweerder zal worden genoemd, zijn nog onbekend. Het is echter duidelijk dat als deze zaak doorgaat, hij een enorme impact kan hebben op het spectrum aan mensenrechtenzaken tegen bedrijven. Lees verder

De Wet Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: een succesverhaal

hoge-raad-%282%29De ‘Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad’ (hierna: Wpv) maakt het voor de civiele feitenrechter (rechtbank en hof) mogelijk om gedurende een civiele procedure en alvorens daarin een einduitspraak te doen, prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. In het recent verschenen boek ´De Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad´ wordt de werking van de Wpv in het civiele recht geëvalueerd. Daarnaast is onderzocht of het mogelijk is om deze procedure ook in het strafrecht in te voeren. Op grond van een literatuurstudie en interviews met betrokkenen bij de procedure, is geconcludeerd dat de Wpv in het civiele recht een onverdeeld succes is en invoering in het strafrecht opportuun is. De Minister van Veiligheid en Justitie gaf in zijn reactie aan het Parlement  aan dat hij de conclusie van het rapport onderstreept en de aanbevelingen overneemt. Hieronder behandelen wij de belangrijkste bevindingen van het genoemde onderzoek naar het functioneren van de prejudiciëlevraagprocedure in het civiele recht. Hoewel de betrokkenen bij de regeling (zéér) positief zijn over de regeling, sluiten we af met enkele kritische(re) noten.
Lees verder

EU, Morocco and the Polisario Front: A Step in the Right Direction?

polisario-front-1On 13 September, Advocate General Wathelet published his opinion in a case pending before the European Court of Justice that raises several fundamentally important questions of international law. In particular, the Court is set to clarify whether the trade agreements between Morocco and the European Union apply to the Western Sahara. If the Court confirms that the agreements do not apply to Western Sahara, this will give backing to the long-standing argument made by the Polisario Front that Morocco cannot legitimately make agreements with foreign companies regarding the exploitation of Western Sahara’s natural resources (see here and here). The Polisario Front is a national liberation movement and has been recognised by the UN General Assembly as the representative of the people of Western Sahara (see here and here). Lees verder

Onveilig (?) verpakkingsmateriaal: gerechtvaardigd stilzitten of verplicht handelen?

verpakking-1Op 17 augustus 2016 verscheen het bericht dat enkele supermarkten potentieel gevaarlijke minerale oliën gaan weren uit verpakkingsmateriaal. Een groot deel van ons verpakkingsmateriaal wordt gemaakt van gerecycled papier en karton. In dat materiaal zitten minerale oliën – zogeheten MOSH (Mineral Oil Saturated Hydrocarbon) en MOAH (Mineral Oil Aromatic Hydrocarbons) – die schadelijk zouden kunnen zijn voor de gezondheid. Stel dat een belangenorganisatie een zaak initieert om de karton- en papierindustrie te dwingen tot actie om de consument te beschermen. In een dergelijke procedure zal – zoals altijd bij onzekere risico’s – de centrale vraag zijn of een bedrijf gerechtvaardigd stil mag zitten, of dat de zorgen over het bestaan van een gezondheidsrisico van dien aard zijn, dat voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen (zie ook De Jong 2016, hst 3). In deze blog behandelen wij enkele juridische vraagstukken die spelen bij het beantwoorden van deze vraag bij de onzekere risico’s van gerecycled papier en karton in voedselverpakkingen. We concentreren ons daarbij, bij gebrek aan geschreven regels die het probleem beheersen, op de ongeschreven maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 BW. Voordat we aan de juridische merites van de problematiek toekomen, behandelen we de mogelijke risico’s en de mogelijk te nemen voorzorgsmaatregelen.
Lees verder