Procederen over ‘juiste’ wetenschap

De afgelopen periode zijn er spraakmakende (of voor sommigen zelfs: geruchtmakende) procedures gevoerd waarin de rechter, min of meer, is gevraagd te bepalen of wetenschappers het bij het rechte eind hebben. Is 5G schadelijk? En werkt de PCR-test voor corona wel? Dergelijke procedures roepen de vraag op hoe de rechter zich dient te verhouden tot ‘de wetenschap’. Wanneer kan hij overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van de juistheid van wetenschappelijke kennis en inzichten en wanneer moet hij vermijden op de ‘stoel van de wetenschap’ te gaan zitten? In dit blog bespreek ik waarom er slechts in uitzonderlijke situaties ruimte is voor rechterlijk ingrijpen. Inzicht in de redenen achter deze terughoudende opstelling van de rechter, kan in het bijzonder advocaten helpen om zichzelf en hun cliënten duidelijkheid te verschaffen over de (veelal) geringe kans van slagen van procedures waarin de juistheid van wetenschappelijke kennis en inzichten aan de rechter worden voorgelegd.

Lees verder

De Claimcode en de externe financier van The Privacy Collective

Vrijdag 14 augustus jl. berichtte het Financieele Dagblad dat stichting The Privacy Collective een massaschadeclaim heeft ingediend tegen twee softwarebedrijven: Salesforce en Oracle. Volgens de dagvaarding van The Privacy Collective is aan de Claimcode voldaan (dagvaarding, p. 199-200). Deze blog beziet hoe in de dagvaarding geprobeerd is om te voldoen aan Principe III van deze Code. Dit principe is relatief nieuw en gaat over externe financiering, een fenomeen waarvan in Nederland steeds meer sprake is.

Lees verder

Moet de tbs worden veranderd?

De tbs (terbeschikkingstelling) is een van de zwaarste sancties uit het Nederlandse strafrecht. Voor deze maatregel is in de media, rechtswetenschap en politiek veel aandacht. De tbs is namelijk aan de orde in veel spraakmakende zaken, zoals de zaken tegen Michael P. en Thijs H. en Jos B. In dit blog wordt het strafrechtelijk kader van de tbs beschreven. Ook wordt ingegaan op lopend onderzoek naar de tbs-maatregel dat wordt uitgevoerd door onderzoekers van Ucall. Lees verder

Empirisch-juridisch onderzoek en de sprong van feit naar norm

Als naar aanleiding van een empirisch-wetenschappelijke bevindingen over het recht dat recht wordt veranderd, dan wordt er een sprong gemaakt van feit naar norm. Een dergelijke sprong moet gerechtvaardigd worden omdat anders wordt miskend dat het recht inherent normatief is en feiten geen juridische normen en regels dicteren. Een aantal maanden geleden is over dit onderwerp – waar Ivo Giesen op deze blog eerder ook aandacht aan besteedde – een artikel van mijn hand verschenen in het Nederlands Juristenblad. In dat artikel presenteer ik een stappenplan aan de hand waarvan kan worden bepaald of in een specifiek geval een rechtvaardiging aanwezig is voor de sprong van feit naar norm. In deze blog, die een verkorte bewerking is van dat artikel, licht ik eerst de kloof tussen feit en norm nader toe waarna ik vervolgens in ga op het door mij ontwikkelde stappenplan. Lees verder

Greenpeace tegen Nederland: is onduurzame KLM-steun onrechtmatig?

Vliegen is slecht voor het klimaat, en de coronacrisis is slecht voor vliegmaatschappijen zoals KLM. Nederland komt met miljarden euro’s over de brug om KLM te steunen, maar aan die noodsteun zijn geen harde klimaatvoorwaarden verbonden. Greenpeace stapt daarom naar de rechter: volgens de milieuorganisatie mag de Staat deze uitgelezen kans om te zorgen dat KLM meer doet voor het klimaat niet zomaar laten liggen. Zodoende rijst de vraag of de noodsteun aan KLM in de huidige vorm onrechtmatig is. In deze blog verken ik een aantal argumenten van Greenpeace, en bespreek ik of de Staat op het eerste gezicht in strijd handelt met een ongeschreven zorgvuldigheidsplicht.

Lees verder

Aansprakelijkheid voor gebrekkige coronavaccins

In rap tempo wordt wereldwijd gezocht naar een goed werkend coronavaccin. Vanuit de industrie komen de signalen dat men wellicht niet alle bijwerkingen van een vaccin (nu al) kan voorzien. Dat roept de vraag op of de producenten van een coronavaccin immuniteit dient toe te komen voor eventuele (product)aansprakelijkheid. Op Europees niveau wordt inmiddels al gesproken over de afwikkeling van schadeclaims voor gebrekkige coronavaccins. Het Algemeen Dagblad berichtte onlangs dat in Europees verband reeds met enkele farmaceuten afspraken hierover zijn gemaakt. Met het risico ingehaald te worden door de ontwikkelingen, heb ik een bijdrage over deze thematiek geschreven die in aflevering 37 van het Nederlands Juristenblad verschijnt. Deze blog vormt een samenvatting van die bijdrage. In die bijdrage bespreek ik dat terughoudendheid moet worden betracht bij het accepteren van (juridische en feitelijke) immuniteit voor (product)aansprakelijkheid voor een gebrekkig coronavaccin. Een schadefonds voor slachtoffers van de bijwerkingen van een coronavaccin is daarentegen wel het overwegen waard. Een dergelijk fonds kan als neveneffect hebben dat de zorgen van de producenten over een onbeheersbaar aansprakelijkheidsrecht (deels) worden weggenomen. Daar mag echter wel een prijskaartje aanhangen.

Lees verder

Registratie van uiteindelijk belanghebbenden: de oplossing tegen witwassen en terrorismefinanciering?

Vanaf 27 september jl. moeten de gegevens van natuurlijke personen die zeggenschap kunnen uitoefenen over een rechtspersoon of personenvennootschap, of een bepaalde mate van economisch belang in zo’n entiteit hebben, worden opgenomen in een centraal register. Dit register wordt ook wel aangeduid als het UBO-register, afgeleid van de Engelse term Ultimate Beneficial Owner. Het UBO-register is onderdeel van het handelsregister dat wordt gehouden door de Kamer van Koophandel. Zoals in dit blog zal blijken, is een heikel punt van het UBO-register dat een gedeelte van de gegevens daarin voor iedereen toegankelijk is.

Lees verder

De-riskende banken: Wwft-conform gedrag, of toch niet?

Bankenautoriteit: antiwitwasregels lijken doorgeslagen’, kopt het Financieel Dagblad (FD) op 3 september jongstleden. De Europese Bankenautoriteit (EBA) – de Europese toezichthouder van de banken binnen de Europese Unie – is bezorgd over de manier waarop de Nederlandse banken invulling geven aan de regels die voortvloeien uit de Europese anti-witwasrichtlijnen. Deze regels zijn in Nederland neergelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De EBA signaleert dat de banken bij het naleven van de Wwft-verplichtingen (groepen) klanten met een mogelijk (te) hoog risico op witwassen of terrorismefinanciering uit voorzorg de deur wijzen (de-risken). In dit blog sta ik eerst stil bij de Wwft, waarna ik inga op de-risken, gelet op het grote belang voor een onderneming om een bankrekening te hebben of te verkrijgen. In de afronding werp ik de vraag op of de-risken het doel van de anti-witwaswetgeving wel dient.

Lees verder

De Nederlandse aansprakelijkstelling van Syrië middels een diplomatieke nota: op weg naar het Internationaal Gerechtshof

Op 18 september 2020 stelde het Nederlandse kabinet Syrië middels een diplomatieke nota internationaalrechtelijk aansprakelijk voor grove mensenrechtenschendingen, in het bijzonder foltering, die door het Syrische regime sinds 2011 zouden zijn gepleegd. De Kamer werd hiervan gelijk op de hoogte gebracht. De Syrische regering reageerde afwijzend op de nota en beschuldigde Nederland er op haar beurt van op onrechtmatige wijze Syrische ‘terroristen’ te hebben gesteund. De Nederlandse actie is vermoedelijk de opmaat voor een juridische procedure tegen Syrië voor het Internationaal Gerechtshof. In deze post bespreek ik de internationale rechtsbasis en juridische implicaties van dit opmerkelijke Nederlandse optreden. Tevens verwijs ik naar enkele internationale precedenten hiervoor.

Lees verder

Onderzoek naar kenmerken van langlopende letselschadezaken

In 2019 en 2020 deden onderzoekers van UCALL onder leiding van dr. Rianka Rijnhout onderzoek naar langlopende letselschadezaken in opdracht van De Letselschade Raad. De centrale vraag was wat kenmerken zijn van letselschadedossiers die niet binnen twee jaar zijn afgesloten. De belangrijkste conclusies zijn dat er in de meeste zaken meerdere redenen zijn dat zo’n zaak nog niet is afgewikkeld na twee jaar en dat er niet één reden of omstandigheid benoemd kan worden die zich in het merendeel van de zaken voordoet. De onderzoekers doen een aantal belangrijke reflecties naar aanleiding van de kenmerken die zijn gevonden. Lees verder