Gewelddadige gedragingen in groepsverband bij uitgaansgelegenheden

Binnen Ucall is het afgelopen jaar door een aantal onderzoekers vanuit diverse rechtsgebieden onderzoek gedaan naar enkele van de vele assumpties waarvan de rechtspraak zich bedient in haar uitspraken. Met de term ‘assumptie’ doelen wij op een betwistbare empirisch georiënteerde aanname van de rechter als onderdeel van zijn argumentatie, betwistbaar in die zin dat het de vraag is of de assumptie wel afdoende gegrond is in de empirie. Een tiental bijdragen waarin dergelijke assumpties aan een kritisch beschouwing worden onderworpen, zijn bijeengebracht in de binnenkort (maart 2019) te verschijnen Ucall-bundel ‘Assumpties annoteren’ (Den Haag: Boom Juridisch 2019, onder redactie van I. Giesen, S. Wiznitzer, A. Keirse & W.S. de Zanger). Voordat die bundel verschijnt, zullen op deze website alvast enkele ‘appetizers’ in de vorm van een Blogpost over de resultaten van dat project verschijnen.

Hierbij gaat nummer 3 in die reeks, door Emanuel van Dongen: Lees verder

De gemiddelde consument: normatief construct of evidence-based?

Binnen Ucall is het afgelopen jaar door een aantal onderzoekers vanuit diverse rechtsgebieden onderzoek gedaan naar enkele van de vele assumpties waarvan de rechtspraak zich bedient in haar uitspraken. Met de term ‘assumptie’ doelen wij op een betwistbare empirisch georiënteerde aanname van de rechter als onderdeel van zijn argumentatie, betwistbaar in die zin dat het de vraag is of de assumptie wel afdoende gegrond is in de empirie. Een tiental bijdragen waarin dergelijke assumpties aan een kritisch beschouwing worden onderworpen, zijn bijeengebracht in de binnenkort (maart 2019) te verschijnen Ucall-bundel ‘Assumpties annotateren’ (Den Haag: Boom Juridisch 2019, onder redactie van I. Giesen, S. Wiznitzer, A. Keirse & W.S. de Zanger). Voordat die bundel verschijnt, zullen op deze website alvast enkele ‘appetizers’ in de vorm van een Blogpost over de resultaten van dat project verschijnen.

Hierbij gaat nummer 2 in die reeks, door Tom Bouwman:  Lees verder

Enkel niet nakomen van plicht tot prejudiciële verwijzing is onvoldoende voor vestiging staatsaansprakelijkheid

In het hier centraal gestelde KLM-arrest van de Hoge Raad komt de vraag aan de orde of enkel het niet nakomen van de plicht tot prejudiciële verwijzing voldoende is voor de vestiging van staatsaansprakelijkheid. Naar het antwoord op die vraag is in de literatuur en in de lagere rechtspraak reikhalzend uitgekeken. Wat is het antwoord van de Hoge Raad op die vraag en is dat antwoord overtuigend?  Lees verder

‘Het ‘chilling effect’ in de journalistiek: feit of nepfeit?

Binnen Ucall is de afgelopen jaren door een aantal onderzoekers vanuit diverse rechtsgebieden onderzoek gedaan naar enkele van de vele assumpties waarvan de rechtspraak zich bedient in haar uitspraken. Met de term ‘assumptie’ doelen wij op een betwistbare feitelijke aanname van de rechter die verder niet empirisch is onderbouwd. Een tiental bijdragen waarin dergelijke assumpties aan een kritische beschouwing worden onderworpen, zijn bijeengebracht in de binnenkort te verschijnen Ucall-bundel ‘Assumpties annoteren’ (Den Haag: Boom Juridisch 2019, onder redactie van I. Giesen, S. Wiznitzer, A.L.M. Keirse, & W.S. de Zanger). Voordat die bundel verschijnt, zullen op deze website alvast enkele ‘appetizers’ in de vorm van een blogpost over de resultaten van dat project verschijnen. Hierbij gaat nummer 1 in die reeks, door Ivo Giesen  Lees verder

Relativiteitsbenadering bij EU-aansprakelijkheid: gewenste resultaat?

Iedereen kent het, gebouwen moeten een energielabel hebben over hoe energie(on)zuinig een gebouw is. Deze verplichting is gebaseerd op EU-milieuregelgeving. Vele bedrijven hebben in die markt vooruitlopend en onder aanmoediging van de overheid investeringen gedaan, zoals het opleiden van personeel voor het kunnen afgeven van een energielabel. Kunnen die bedrijven jegens de Staat met succes schadevergoeding vorderen als de Staat die EU-milieuregelgeving niet of onjuist implementeert? Daarover gaat de hier besproken zaak EnergyClaim. Lees verder

Seksueel misbruik: iedereen verantwoordelijk?

Onlangs nam de Tweede Kamer een aantal moties aan betrekking hebbende op de bestrijding van seksueel misbruik van minderjarigen. Het wensenlijstje is breed. Zo dient onderzocht te worden of het wenselijk is om de bestaande aangifteplicht te verbreden, moet worden bekeken hoe organisaties organisaties strafrechtelijk aansprakelijk  kunnen worden gesteld voor het niet melden of niet doen van aangifte van seksueel misbruik binnen de eigen kring en dient te worden gerapporteerd over de invloed van patronen, (kerk)regels, gebruiken en structuren binnen de gemeenschap van Jehova’s op de aangiftebereidheid. Naast de wens om de bestrijding seksueel misbruik te bevorderen, klinkt ook een roep om aansprakelijkheidstelling door. En wel jegens bestuurders die seksueel misbruik binnen eigen kring negeerden, dan wel intern sanctioneerden om imagoschade te voorkomen. Lees verder

Enforcement of Regulation 261/2004 and untransferable compensation claims. A blog about Court of Oost Brabant of 28 June 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:3169

Your flight is delayed. You arrive at your destination more than three hours late. You’ve heard of Regulation 261/2004 (hereafter: Reg261) that entitles you to € 400 compensation for that delay. Perhaps you call the airline and ask for compensation. You are told to fill out a web form on the airline’s website. After weeks of silence, you call again. The customer service asks you to fill out the same web form once more. You send a rather annoyed e-mail about the delay, your complaint, and your feelings about customer care services in general. You receive an e-mail in which you are thanked for choosing the airline’s service, followed by an expression of regret for the delay of the flight in question, and a notification that – unfortunately – you are not eligible for compensation because the delay was caused by an extraordinary circumstance which exonerates the airline from paying compensation.
Lees verder

Beelden van een ongeluk horen NIET thuis op sociale media

De campagne van het Rode Kruis

Beelden van een ongeluk horen NIET thuis op sociale media

Op 6 november jl. lanceerde het Rode Kruis de champagne Niet filmen, maar helpen!. ‘Een ongeluk is geen foto- of videomoment’ luidt de boodschap. De campagnefilm van het Rode Kruis lijkt – hoewel minder confronterend – te zijn geïnspireerd op de Duitse campagnefilm #SeiKeinGaffer. Zoals de naam van de campagne van het Rode Kruis al doet vermoeden, richt de campagne zich tot toeschouwers van ongelukken die een noodsituatie met hun mobiele telefoon filmen of op een andere wijze vastleggen. Je kunt de tijd die je gebruikt om te filmen ook inzetten om 112 te bellen en eerste hulp te verlenen, want juist dat is in die eerste minuten na een ongeluk van levensbelang, aldus het hoofd Nationale Hulp van het Rode Kruis. Hij vervolgt: Tegelijkertijd kan het filmen enorme impact hebben op degene die je op beeld zet. Dit is iets om rekening mee te houden. Lees verder

Hoger beroep Urgenda – Van gevaarzetting naar mensenrecht

Het Hof Den Haag heeft in het hoger beroep van het Urgenda-proces geoordeeld dat het Nederlandse klimaatbeleid onrechtmatig is en dat de Nederlandse Staat meer maatregelen moet nemen om zijn broeikasgasemissies te verminderen. Het emissiereductiegebod dat de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd blijft dus overeind, maar de grondslag voor het gebod is veranderd: volgens het hof handelt de Staat niet onrechtmatig vanwege strijd met een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm, maar (reeds) vanwege strijd met artikelen 2 en 8 van het EVRM. Een wijziging van de grondslag klinkt misschien triviaal, maar heeft grote gevolgen: klimaatverandering is opeens officieel een mensenrechtenkwestie geworden. Het emissiereductiegebod van het hof is hierdoor een stuk ‘harder’ dan het gebod van de rechtbank. Bovendien stelt het hof een aantal aanvullende eisen ten opzichte van de rechtbank, waardoor de Nederlandse Staat meer en sneller zijn CO2-uitstoot moet reduceren dan eerst het geval was. In deze blog sta ik stil bij deze en enkele andere verschillen tussen het klimaatoordeel van het hof en dat van de rechtbank. 

Lees verder

Naar een verdrag over maatschappelijk verantwoord ondernemen? Een commentaar op de eerste ontwerpversie

Op 10 juli 2018 bracht de permanente missie van Ecuador bij de Verenigde Naties een “sneuveltekst” (zero draft) uit van een juridisch bindend instrument over de impact van de activiteiten van transnationale ondernemingen op de mensenrechten. Een werkgroep van de Verenigde Naties zal de tekst nu verder bespreken. Die werkgroep had al in 2014 een mandaat gekregen voor de uitwerking van een verdrag ter zake. Een beperkte groep landen uit het Globale Zuiden onder leiding van Ecuador, gesteund door een coalitie van niet-gouvernementele organisaties, bereidde vervolgens de weg voor de sneuveltekst. Het is onwaarschijnlijk dat deze tekst ook de verdragstekst zal worden, maar hij geeft wel een duidelijke richting aan de discussies die de komende tijd zullen plaatshebben binnen de VN-werkgroep. In deze post bespreek ik kort de inhoud van de tekst en plaats ik die in het bredere debat over de verantwoordelijkheid van ondernemingen om de mensenrechten te eerbiedigen. Ik onthaal de tekst in algemene zin positief, met name omdat hij goed aansluit bij eerdere (niet-bindende) initiatieven. Niettemin zouden de opstellers van het instrument er goed aan doen de relatie tussen due diligence-verplichtingen en juridische aansprakelijkheid van ondernemingen voor schendingen van de mensenrechten te verhelderen. Lees verder