Klimaataansprakelijkheid van private ondernemingen

In december 2020 startte de inhoudelijke behandeling van een in potentie impactvolle klimaatprocedure van Milieudefensie en enkele andere belangenorganisaties tegen Shell. Dit soort klimaatzaken spreken tot de verbeelding. Met name is er veel aandacht voor de rol van de rechter. Een ander thema dat naar voren komt, is hoe kwesties van klimaataansprakelijkheid van ondernemingen zich verhouden tot de grondslagen en leerstukken van het materiële aansprakelijkheidsrecht. Hoe valt, met andere woorden, een probleem als klimaatverandering in civielrechtelijke leerstukken, zoals de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm, relativiteit, causaliteit en schade, te vatten? De beantwoording van dit soort vragen brengt moeilijke keuzes met zich die naar mijn smaak nog te weinig onderwerp van (rechtswetenschappelijk) debat zijn, terwijl ze wel aan relevantie zullen winnen. In mijn recente redactioneel voor het NTBR vraag ik om meer aandacht voor dergelijke vragen. Het redactioneel is hieronder, zonder voetnoten, opgenomen.

Lees verder

Toeslagen en tbs: de ongemakkelijke realiteit van valspositieven

Een onrechtvaardigheid die de toeslagenaffaire aan het licht bracht was dat sommige groepen ouders zo streng werden gecontroleerd op fraude dat het voor hen vrijwel onmogelijk was hun onschuld aan te tonen. Met hard optreden kunnen veel frauders worden gepakt, maar het verhoogt tegelijkertijd het risico op het treffen van onschuldigen (valspositieven). De affaire legt daarmee een dilemma bloot dat op meer juridische terreinen speelt en dat in het bijzonder knelt op het terrein van de oplegging van tbs. Tbs wordt opgelegd om recidive te voorkomen. Recidive is echter moeilijk te voorspellen. Dat betekent dat een relatief grote groep tbs-gestelden in feite niet zal recidiveren (valspositieven), maar dus wel vastzit. Hoe moet daarmee worden omgaan?

Lees verder

Justice for World War II’s ‘comfort women’: lessons from the Seoul District Court’s rejection of Japan’s state immunity

On 8 January 2021, the Seoul Central District Court of South Korea rejected Japan’s State immunity plea in a case brought by twelve ‘comfort women’ who were forcibly subjected to systemic sexual enslavement by the Japanese military before and during World War II (an English translation of the judgment is available here). The court held Japan liable for these practices and entitled each of the women to 100 million KRW (approximately 77,000 EUR). In this post, we note that this decision is in tension with the judgment of the International Court of Justice (ICJ) in the Jurisdictional Immunities Case (Germany v Italy; Greece intervening, 2012). In this judgment, the ICJ held that a foreign State, even if accused of committing international crimes, remains entitled to immunity from jurisdiction under customary international law. However, we also argue that international law in this field may be in flux, in the sense that an exception to State immunity regarding international crimes may be emerging. Furthermore, even if such an exception has not emerged just yet, domestic courts may refuse to give effect to relevant international immunity norms to the extent that they clash with constitutionally protected fundamental rights, such as the right of access to a court.

Lees verder

Het avondklokoordeel en de rol van de rechter

Afgelopen dinsdag oordeelde de voorzieningenrechter in Den Haag dat de avondklok per direct van tafel moet. De ontwikkelingen gingen vervolgens razendsnel: ’s avonds ging de directe inwerkingtreding van het vonnis van tafel, het kabinet presenteerde een nieuwe spoedwet en as we write loopt het hoger beroep. In dit blogbericht nemen wij een stap terug en beschouwen het oordeel van de voorzieningenrechter als een actuele illustratie van een veel bredere ontwikkeling. Een ontwikkeling waarin de rechter in toenemende mate geconfronteerd wordt met politiek geladen kwesties waarvan de gevolgen de reikwijdte van het voorliggende geschil (ver) overstijgen. Wij wijzen op twee overkoepelende perspectieven van waaruit kan worden gereflecteerd op uitspraken als die van de voorzieningenrechter. Vanuit die perspectieven kunnen enkele uitdagingen voor de rechter en de rechtswetenschap worden geïdentificeerd.

Lees verder

Verhaalspositie van bezorgers bij verkeersongevallen

In de recente aflevering van AV&S bespreken Maria Bouwman (VU) en ik de verhaalspositie van de bezorger die schade oploopt door een verkeersongeval tijdens de bezorging. Indien de bezorger werkt op basis van een arbeidsovereenkomst geldt voor de werkgever een verzekeringsplicht. Wanneer de bezorger daarentegen werkt op basis van een overeenkomst van opdracht, komt de vraag naar voren of een plicht tot het afsluiten van zo’n verzekering via de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid van art. 6:248 lid 1 BW moet worden aangenomen. In onze bijdrage concluderen we dat er uitzonderingsgevallen denkbaar zijn waarin die vraag bevestigend moet worden beantwoord. In deze blog een samenvatting van het artikel.

Lees verder

Hoeveel belang heeft de verklaring voor recht?

De vordering tot verklaring voor recht eist steeds meer haar plaats op binnen de rechtsorde als volwaardig rechtsbeschermingsmiddel. Het is een instrument dat in het verbintenissenrecht in toenemende mate wordt ingezet om recht te doen aan de maatschappelijke behoefte aan andere vormen van rechtsherstel of genoegdoening dan door schadevergoeding. In een recent artikel in Maandblad van Vermogensrecht duiden wij deze ontwikkelingen, en een aantal vragen die opkomen rond de toegenomen vraag om een verklaring voor recht. Deze blog is een verkorte bewerking van dat artikel.

Lees verder

Niet langer in de pijpleiding: de uitspraak in Milieudefensie c.s. v. Shell

Op 29 januari jongstleden heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan over de claims van vier Nigeriaanse boeren en stichting Milieudefensie tegen Shell en dochteronderneming Shell Nigeria. Het hof beslist dat Shell Nigeria aansprakelijk is voor ernstige milieuvervuiling in tenminste twee dorpen in de Nigerdelta. Die vervuiling is het gevolg van lekkende pijpleidingen waarvoor Shell nu verantwoordelijk wordt gehouden. Daarmee is deze spraakmakende zaak de eerste zaak waarin een onderneming samen met een dochtervennootschap in hoger beroep aansprakelijk wordt gehouden voor grensoverschrijdende schade aan mens en milieu. In dit blog ga ik kort in op een aantal kernpunten van het arrest, en mogelijke gevolgen voor andere zaken.

Lees verder

Beïnvloedt de motiveringsstijl de maatschappelijke acceptatie van rechtspraak?

De rechter dient zijn uitspraak te motiveren, mede omdat die motivering van belang is voor de maatschappelijke acceptatie van rechtspraak. Bij sommigen leeft de gedachte dat de ene motiveringsstijl deze acceptatie meer ten goede zou komen dan de andere. In het bijzonder zou de discursieve motiveringsstijl een (positieve) invloed hebben op de maatschappelijke acceptatie van rechtspraak. Maar in hoeverre is dat daadwerkelijk het geval? Een Utrechts-Leids team, bestaande uit Ivo Giesen en Elbert de Jong van de UU, en Willem van Boom en Niek Strohmaier van de UL, deed empirisch onderzoek naar de vraag in hoeverre de gehanteerde motiveringsstijl de maatschappelijke aanvaarding van rechtspraak beïnvloedt. In het Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht verschenen de resultaten van die studie. In dit blog lichten wij een klein tipje van de sluier op. 

Lees verder

The WHO and the Italian Response to the COVID-19 Pandemic on Trial

A lot has been said about the tension between the accountability of international organizations and their immunity when the latter is invoked in proceedings against the organization or its officials. Less discussed is the case of an organization obstructing the course of justice by not waiving the immunity of its officials and experts summoned as witnesses by national authorities. In this blog, I will examine the possible arguments for not revoking this immunity in national procedures, and the legal consequences of this decision.

Lees verder

Procederen over ‘juiste’ wetenschap

De afgelopen periode zijn er spraakmakende (of voor sommigen zelfs: geruchtmakende) procedures gevoerd waarin de rechter, min of meer, is gevraagd te bepalen of wetenschappers het bij het rechte eind hebben. Is 5G schadelijk? En werkt de PCR-test voor corona wel? Dergelijke procedures roepen de vraag op hoe de rechter zich dient te verhouden tot ‘de wetenschap’. Wanneer kan hij overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van de juistheid van wetenschappelijke kennis en inzichten en wanneer moet hij vermijden op de ‘stoel van de wetenschap’ te gaan zitten? In dit blog bespreek ik waarom er slechts in uitzonderlijke situaties ruimte is voor rechterlijk ingrijpen. Inzicht in de redenen achter deze terughoudende opstelling van de rechter, kan in het bijzonder advocaten helpen om zichzelf en hun cliënten duidelijkheid te verschaffen over de (veelal) geringe kans van slagen van procedures waarin de juistheid van wetenschappelijke kennis en inzichten aan de rechter worden voorgelegd.

Lees verder