Categorie archief: Aansprakelijkheid en Schadevergoeding na Misdrijf

Houston, we have a problem. Over de transactie die het Openbaar Ministerie aanging met ING

Op dinsdag 4 september jongstleden werd bekend dat ING Bank een transactie is aangegaan waarmee strafvervolging in het onderzoek genaamd ‘Houston’ wordt afgekocht. Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) verdacht de grootste bank van Nederland van schending van verschillende bepalingen van de Wet ter bestrijding van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) en schuldwitwassen. Simpel gezegd komt het erop neer dat de bank zich onvoldoende zou hebben ingezet om witwassen door de bank te voorkomen. Met de transactie is het voor Nederland ongekend hoge bedrag van €775 miljoen gemoeid, waarvan 100 miljoen is bedoeld ter ontneming van het door de bank verkregen financiële voordeel. De transactie en het daarbij gevoegde feitenrelaas zijn openbaar beschikbaar. Deze omvangrijke transactie past in een al langer levende trend, waartegen weerstand bestaat. Ondanks deze bezwaren worden door de wetgever vooralsnog geen wijzigingen voorgesteld in de regelgeving en praktijk van dergelijke ‘schikkingen’. De modernisering van het Wetboek van Strafvordering lijkt hiervoor een geschikt moment. 
Lees verder

Minister Dekker’s victim policy: victims first, suspects and offenders second

Since the Dutch government formation last year, the Ministry for Justice and Security has been represented by three government members: the Minister of Justice and Security, Ferdinand Grapperhaus, State Secretary, Mark Harbers, and the Minister for Legal Protection, Sander Dekker. On 22 February 2018, minister Dekker publicly announced his multi-year agenda, which contains his ambitions for victim policy for 2018-2021. Since I have read Dekker’s intentions, the question has been crossing my mind whether the suspects’ and offender’s rights will be adequately protected, when these intentions will be carried out. In this blog I will make some remarks on minister Dekker’s victim policy concerning the victim’s right to speak during criminal proceedings. It will start with a short overview of victim’s rights in Dutch criminal proceedings. Subsequently, the intentions of minister Dekker will be discussed and critically reviewed from the suspect’s or offender’s point of view. It will end with a short conclusion. Lees verder

The Special Jurisdiction for Peace in Colombia: Challenges and Opportunities for Accountability

The Special Jurisdiction for Peace in Colombia (SJP) officially opened its doors on 15 March 2018. The SJP is one of the key accountability mechanisms of the Peace Agreement signed between the Government of Colombia and the Revolutionary Armed Forces of Colombia-Popular Army (FARC-EP) on 24 November 2016. In particular, the SJP is the judicial component of the Comprehensive System for Truth, Justice, Reparation and Non-Repetition, and is designed to investigate and prosecute serious violations of human rights and international humanitarian law committed during the Colombian armed conflict. To date 38 judges have been selected to sit at the SJP, 20 of the them are women. Additionally, 14 foreign judges will serve as observers. According to the Legislative Act 01 of 2017, the SJP consists of an Investigation and Indictment Unit, three Trial Chambers, and a Tribunal for Peace, which will have an Appeal’s Division serving as final instance. This article analyses some of the main features of the SJP as well as other complementary mechanisms in the quest for accountability. Lees verder

Het Stichtse Vecht-arrest: duidelijkheid over immuniteit?

Op 29 januari jl. verscheen een blog naar aanleiding van de voordracht tot cassatie in het belang der wet van het vonnis in de zaak Stichtse Vecht door A-G Machielse. Hij betoogde dat de rechtbank de officier van justitie ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in de strafvervolging van de gemeente. Er zou hier namelijk sprake zijn van een exclusieve bestuurstaak in de zin van het Pikmeer II-arrest, en dus van strafrechtelijke immuniteit van de gemeente. In het hiervoor genoemde blog is uiteengezet dat het criterium van de exclusieve bestuurstaak ruimte laat voor uiteenlopende interpretaties. Daarnaast is verdedigd dat het kwestieus is of de uitsluiting van de vervolgbaarheid van de overheid in een zaak als deze wel houdbaar is. Inmiddels heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan en het vonnis deels vernietigd. Geeft het arrest van de Hoge Raad meer duidelijkheid over het exclusieve bestuurstaak-criterium? En hoe kunnen de overwegingen over dit criterium vanuit EVRM-optiek worden beoordeeld? 

Door Eelke Sikkema en Ellen Gijselaar Lees verder

Voordeelsontneming na de modernisering van het Wetboek van Strafvordering – een eerste inventarisatie

Op 5 december 2017 zijn de nieuwe plannen ter modernisering van het Wetboek van Strafvordering gepresenteerd. Daarbij gingen de conceptwetsvoorstellen van de voorgestelde Boeken 3 tot en met 6 in consultatie. Veel onderdelen van het strafprocesrecht zullen worden aangepast als gevolg van deze grootscheepse moderniseringsoperatie. Dat geldt ook voor de aanpak van met misdaad verkregen vermogen. In Boek 6 worden voorstellen gedaan om het proces ter ‘ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel’ te herzien. Hiermee worden enkele praktische knelpunten weggenomen en wordt gehoor gegeven aan kritiek in de literatuur. De voorstellen roepen wel vragen op over de uiteindelijke wettelijke regeling. Lees verder

Slachtoffers van internet-oplichting: should we promise them a rose-garden?

Onlangs heeft het CDA gepleit voor een intensivering van de aanpak van internet-oplichting (zie hier). Naast uitbreiding van de opsporing en vervolging en het intensiveren van de privaat-publieke samenwerking, wordt gepleit voor verruiming van verhaalsmogelijkheden. Het voorstel komt niet onverwacht; in de media is veel belangstelling voor slachtoffers van internet-oplichting (bijvoorbeeld in het programma Kassa). Bestrijding van horizontale fraude (fraude tussen particulieren) via het strafrecht is op zich natuurlijk legitiem; de bescherming van het sociaal-economische verkeer is immers een publiekrechtelijk belang. De overheid vent die boodschap uit, want roept op tot het doen van aangifte van internet-oplichting. Daar tegenover staat dat algemeen bekend is dat het afsluiten van financiële transacties via het internet risico’s meebrengt. Dat weerhoudt de gemiddelde burger niet van koop en verkoop via dit medium. Is het dan legitiem om van de strafrechtelijke overheid te vragen om verruimde verhaalsmogelijkheden te bieden, zoals het CDA voorstelt? En is, in dat spoor gedacht, de stelling van minister Blok, dat de aanpak van online fraude en offline fraude niet wezenlijk moet verschillen realistisch (Kamerstukken II 2016/17, 34615, 10,  p. 32)? O
Lees verder

What the English just heard about Tilburg

Dr Kool’s commentary on the Kim Holland affair is both interesting and thought-provoking. For an English academic lawyer, the case is particularly so for its technical detailed legal issues as well as its insights into the role of criminal law in society. What would we do in England, if two people enter a Church and use confessional for the purposes of making a pornographic video of oral sex? What can we learn by the comparison of what the English might do, with what the Dutch have done?  Lees verder

Aansprakelijkstelling voor (verspreiding van) pornografie in de biechtstoel: een heikele kwestie

Porno-producente Kim Holland verkocht via haar betaalde sekszender onlangs een omstreden filmopname Het betrof een heimelijk opgenomen pijpscene tussen twee mannen, die zich afspeelde in de biechtstoel van de Rooms-Katholieke St. Jozef-kerk te Tilburg. De opname, gemaakt door de producent ‘Gekke Petertje’, wekte grote verontwaardiging bij het kerkbestuur, de pastoor, diens parochianen en het bisdom. Er werd dan ook aangifte gedaan wegens schending der eerbaarheid (artikel 239 Wetboek van Strafrecht). Het Openbaar Ministerie heeft inmiddels, na ampele overweging, laten weten niet te zullen vervolgen. Holland heeft spijt betuigd en de opname van haar site verwijderd. Het Openbaar Ministerie beschouwt de opname als ‘kwetsend en respectloos’, maar niet als strafbaar. Het kerkbestuur is in overweging gegeven een civiele actie op grond van een onrechtmatige daad te starten.  Dat laatste ziet het bestuur echter niet zitten. De teleurgestelde pastoor gaf aan dat niet alleen Gods wegen, maar ook die van Justitie ondoorgrondelijk zijn. Lees verder

AMERICA FIRST, THE NETHERLANDS SECOND? Over overlappende rechtsmacht over corruptie door multinationals

Corruptie wordt steeds meer gezien als een groot internationaal maatschappelijk probleem: het beperkt internationale groei, beschadigt het vertrouwen in instituties, vergroot de kloof tussen arm en rijk en het zet bestaande maatschappelijk spanningen op scherp. Internationaal opererende bedrijven worden dan ook steeds vaker ter verantwoording geroepen voor corruptie in het buitenland. Toch zijn er tussen landen nog grote verschillen in de handhaving van anti-corruptie wetgeving. De Verenigde Staten en Nederland hebben overlappende rechtsmacht over een groot deel van de multinationaal opererende bedrijven. Toch gaan beide landen anders om met hun wetgeving over corruptie. Voor de vergelijking wordt het concept rechtscultuur gebruikt: de ideeën, houdingen, waarden en meningen over het recht die heersen in een samenleving.
Lees verder

Civiel schadeverhaal via het strafproces and beyond

civiel-schadeverhaalHoe staat het met het civiele schadeverhaal anno 2016? Dat was de vraag waarover wij ons de afgelopen maanden hebben gebogen. In een uitgebreide verkenning hebben we, gebruikmakend van verschillende onderzoeksmethoden, onderzocht hoe succesvol het schadeverhaal van slachtoffers van delicten via het strafproces verloopt, hoe dat in de praktijk verloopt en welke problemen zich daarbij voordoen. Vergelijkingspunt was de evaluatie uit 2007, destijds uitgevoerd door Van Wingerden, Moerings en Van Wilsum. Nu gaan we niet herhalen wat elders te lezen valt. Volstaan kan worden te melden dat de kans op succesvol schadeverhaal via strafrechtelijke weg significant is toegenomen. Dat is mooi, maar er is geen reden om een loflied op de strafrechtspleging aan te heffen in dit verband, want er zijn nog steeds beletselen die schadeverhaal in de weg staan. Welke dat precies zijn is te lezen in het rapport, hier kan worden volstaan met aan te geven dat die beletselen samenhangen met enerzijds de ‘mechanische werkelijkheid’ van de strafrechtspleging en anderzijds de ‘levende werkelijkheid’ van de slachtofferervaring. De ingevoerde lezer ziet de bui al hangen, en inderdaad, de strafrechtspleging blijkt nog (steeds) niet in staat om de tragiek, en in dit geval de daarmee gepaard gaande schadelijke gevolgen, van menselijk lijden voldoende te redresseren.
Lees verder