Categorie archief: Aansprakelijkheid en Schadevergoeding na Misdrijf

Extraterritorial liability for corrupt practices

On 13 June 2019, I was invited to speak in The Hague at the book launch of the new Commentary on the UN Convention against Corruption (Oxford University Press 2019, edited by Cecily Rose et al.). For this book, Friederycke Haijer and I (both Ucall) wrote a commentary to the jurisdictional article of the Convention (Article 42 UNCAC). At the launch, I addressed the question whether a state could hold a person liable for ‘extraterritorial’ corrupt practices – practices that largely take place outside the regulating state. I argue that, in principle, it can do so, but that extraterritorial liability is not limitless. Especially expansive US enforcement practices, which are based on only a tenuous US connection, may amount to jurisdictional overreach.   Lees verder

Challenges of universal jurisdiction: the Argentinian Complaint against Franco-era crimes and the lack of cooperation of the Spanish judicial authorities

In October 2018, the Central Criminal Court of the Spanish National Court (Audiencia Nacional) rejected the admission of two international rogatory commissions requested by the Argentinian courts in relation to the investigation of crimes against humanity. The alleged crimes relate to torture, murder, forced disappearance of persons and abduction of minors committed in Spain during the Francoist regime in the period between 15 July 1936 and 15 June 1977. These crimes are being investigated in Argentina under the principle of universal jurisdiction. This post analyses the legal arguments posed by the judicial authorities in Argentina and Spain to admit or reject the investigation into crimes against humanity committed during Franco’s dictatorship. Lees verder

Neurorecht. Kan toerekeningsvatbaarheid worden vastgesteld met een hersenscan?

Onlangs gaf de Noorse forensisch psychiater Terje Tørrissen in Nederland een lezing. Hij was een van de vier psychiaters die Anders Behring Breivik, verantwoordelijk voor de dodelijke aanslagen in Noorwegen in 2011, voor de rechtbank onderzocht. In het NRC van 22 maart j.l. vertelt hij over de uitdagingen waarvoor hij als rapporterend psychiater kwam te staan. In dat interview lezen we ook dat Breivik weigerde mee te werken aan het maken van een hersenscan (een MRI-scan). Blijkbaar ging men ervan uit dat een MRI-scan van belang zou kunnen zijn bij een psychiatrisch onderzoek voor de rechtbank. Maar wat is eigenlijk de waarde van zo’n scan voor een forensische rapportage door een psychiater? Als we deze vraag stellen – en serieus onderzoeken – dan betreden we het terrein van het neurorecht. Wat is neurorecht?  Lees verder

De ‘forensische scherpte’ van Père Ubu? Het OVV-rapport Forensische Zorg en Veiligheid en de forensisch zorgverlener als risicobeperker

Naar aanleiding van de casus Michael P. heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) op 28 maart 2019 een rapport uitgebracht over de wijze waarop plegers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven worden voorbereid op hun mogelijke terugkeer in de samenleving vanuit de zorgverlening binnen Penitentiaire Psychiatrische Centra (PPC’s) en Forensisch Psychiatrische Afdelingen (FPA’s). Dit rapport heeft geleid tot een stevig debat in de Tweede Kamer, waarin stellige uitspraken zijn gedaan over de status van de forensische zorg als zodanig. Bovendien lijkt het rapport toch wel erg aan te sturen op de noodzaak van een kentering in de taakopvatting binnen de forensische zorg. Vanuit een zorgdominante taakopvatting moet de forensische zorg zich volgens het rapport gaan heroriënteren op risicobeperking. Deze noodzaak wordt al sinds enige tijd ook sterk onderschreven door de politiek, getuige bijvoorbeeld de volledige inwerkingtreding van de Wet Langdurig Toezicht op 1 januari 2018, waarmee het onder meer mogelijk is om plegers van zware gewelds- en zedendelicten levenslang te laten monitoren door, met name, forensische instanties. In dit blog beoog ik een – opiniërende – analyse te geven van dit vertoog ten aanzien van deze opgevatte politieke noodzaak van een kentering in de taakopvatting binnen de forensische zorgverlening. Lees verder

Seksueel misbruik: iedereen verantwoordelijk?

Onlangs nam de Tweede Kamer een aantal moties aan betrekking hebbende op de bestrijding van seksueel misbruik van minderjarigen. Het wensenlijstje is breed. Zo dient onderzocht te worden of het wenselijk is om de bestaande aangifteplicht te verbreden, moet worden bekeken hoe organisaties organisaties strafrechtelijk aansprakelijk  kunnen worden gesteld voor het niet melden of niet doen van aangifte van seksueel misbruik binnen de eigen kring en dient te worden gerapporteerd over de invloed van patronen, (kerk)regels, gebruiken en structuren binnen de gemeenschap van Jehova’s op de aangiftebereidheid. Naast de wens om de bestrijding seksueel misbruik te bevorderen, klinkt ook een roep om aansprakelijkheidstelling door. En wel jegens bestuurders die seksueel misbruik binnen eigen kring negeerden, dan wel intern sanctioneerden om imagoschade te voorkomen. Lees verder

Beelden van een ongeluk horen NIET thuis op sociale media

De campagne van het Rode Kruis

Beelden van een ongeluk horen NIET thuis op sociale media

Op 6 november jl. lanceerde het Rode Kruis de champagne Niet filmen, maar helpen!. ‘Een ongeluk is geen foto- of videomoment’ luidt de boodschap. De campagnefilm van het Rode Kruis lijkt – hoewel minder confronterend – te zijn geïnspireerd op de Duitse campagnefilm #SeiKeinGaffer. Zoals de naam van de campagne van het Rode Kruis al doet vermoeden, richt de campagne zich tot toeschouwers van ongelukken die een noodsituatie met hun mobiele telefoon filmen of op een andere wijze vastleggen. Je kunt de tijd die je gebruikt om te filmen ook inzetten om 112 te bellen en eerste hulp te verlenen, want juist dat is in die eerste minuten na een ongeluk van levensbelang, aldus het hoofd Nationale Hulp van het Rode Kruis. Hij vervolgt: Tegelijkertijd kan het filmen enorme impact hebben op degene die je op beeld zet. Dit is iets om rekening mee te houden. Lees verder

Houston, we have a problem. Over de transactie die het Openbaar Ministerie aanging met ING

Op dinsdag 4 september jongstleden werd bekend dat ING Bank een transactie is aangegaan waarmee strafvervolging in het onderzoek genaamd ‘Houston’ wordt afgekocht. Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) verdacht de grootste bank van Nederland van schending van verschillende bepalingen van de Wet ter bestrijding van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) en schuldwitwassen. Simpel gezegd komt het erop neer dat de bank zich onvoldoende zou hebben ingezet om witwassen door de bank te voorkomen. Met de transactie is het voor Nederland ongekend hoge bedrag van €775 miljoen gemoeid, waarvan 100 miljoen is bedoeld ter ontneming van het door de bank verkregen financiële voordeel. De transactie en het daarbij gevoegde feitenrelaas zijn openbaar beschikbaar. Deze omvangrijke transactie past in een al langer levende trend, waartegen weerstand bestaat. Ondanks deze bezwaren worden door de wetgever vooralsnog geen wijzigingen voorgesteld in de regelgeving en praktijk van dergelijke ‘schikkingen’. De modernisering van het Wetboek van Strafvordering lijkt hiervoor een geschikt moment. 
Lees verder

Minister Dekker’s victim policy: victims first, suspects and offenders second

Since the Dutch government formation last year, the Ministry for Justice and Security has been represented by three government members: the Minister of Justice and Security, Ferdinand Grapperhaus, State Secretary, Mark Harbers, and the Minister for Legal Protection, Sander Dekker. On 22 February 2018, minister Dekker publicly announced his multi-year agenda, which contains his ambitions for victim policy for 2018-2021. Since I have read Dekker’s intentions, the question has been crossing my mind whether the suspects’ and offender’s rights will be adequately protected, when these intentions will be carried out. In this blog I will make some remarks on minister Dekker’s victim policy concerning the victim’s right to speak during criminal proceedings. It will start with a short overview of victim’s rights in Dutch criminal proceedings. Subsequently, the intentions of minister Dekker will be discussed and critically reviewed from the suspect’s or offender’s point of view. It will end with a short conclusion. Lees verder

The Special Jurisdiction for Peace in Colombia: Challenges and Opportunities for Accountability

The Special Jurisdiction for Peace in Colombia (SJP) officially opened its doors on 15 March 2018. The SJP is one of the key accountability mechanisms of the Peace Agreement signed between the Government of Colombia and the Revolutionary Armed Forces of Colombia-Popular Army (FARC-EP) on 24 November 2016. In particular, the SJP is the judicial component of the Comprehensive System for Truth, Justice, Reparation and Non-Repetition, and is designed to investigate and prosecute serious violations of human rights and international humanitarian law committed during the Colombian armed conflict. To date 38 judges have been selected to sit at the SJP, 20 of the them are women. Additionally, 14 foreign judges will serve as observers. According to the Legislative Act 01 of 2017, the SJP consists of an Investigation and Indictment Unit, three Trial Chambers, and a Tribunal for Peace, which will have an Appeal’s Division serving as final instance. This article analyses some of the main features of the SJP as well as other complementary mechanisms in the quest for accountability. Lees verder

Het Stichtse Vecht-arrest: duidelijkheid over immuniteit?

Op 29 januari jl. verscheen een blog naar aanleiding van de voordracht tot cassatie in het belang der wet van het vonnis in de zaak Stichtse Vecht door A-G Machielse. Hij betoogde dat de rechtbank de officier van justitie ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in de strafvervolging van de gemeente. Er zou hier namelijk sprake zijn van een exclusieve bestuurstaak in de zin van het Pikmeer II-arrest, en dus van strafrechtelijke immuniteit van de gemeente. In het hiervoor genoemde blog is uiteengezet dat het criterium van de exclusieve bestuurstaak ruimte laat voor uiteenlopende interpretaties. Daarnaast is verdedigd dat het kwestieus is of de uitsluiting van de vervolgbaarheid van de overheid in een zaak als deze wel houdbaar is. Inmiddels heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan en het vonnis deels vernietigd. Geeft het arrest van de Hoge Raad meer duidelijkheid over het exclusieve bestuurstaak-criterium? En hoe kunnen de overwegingen over dit criterium vanuit EVRM-optiek worden beoordeeld? 

Door Eelke Sikkema en Ellen Gijselaar Lees verder