Categorie archief: Aansprakelijkheid en Verzekering voor Nieuwe Risico’s

Ongezond en (on)geoorloofd; vrij of veilig?

(Volks)gezondheidsproblemen die gepaard gaan met roken, alcohol, suiker, transvetten en andere legale maar (potentieel) gezondheidsbedreigende producten, halen dagelijks het nieuws. Vanuit alle hoeken van de maatschappij wordt geroepen om gedrags- en beleidsaanpassing. Wat is de rol die het recht speelt, kan spelen en moet spelen ter bestrijding van de verwezenlijking van legale maar gezondheidsbedreigende risico’s? De zoektocht naar deze rol is de rode draad van het boek Ongezond en (on)geoorloofd. Publiek-en privaatrecht & legale, maar gezondheidsbedreigende producten en diensten dat op 18 mei 2018 op het Ucall-Jubileumcongres wordt gepresenteerd. Het boek draait om de vragen aan wie het is om in te grijpen en met welke (rechts)middelen, als schade dreigt als gevolg van legale maar gezondheidsbedreigende producten en diensten in het algemeen, en een aantal specifieke in het bijzonder. Lees verder

How Dutch Tort Law Responds to Risk

On the 20th of February, the volume Risk Regulation through Private Law, edited by Ucall-research fellow Matt Dyson, was launched at Oxford University. The volume explores, for nine legal systems, an overarching legal conception of risk, particularly of the linked role of a) risk-taking in generating liability and b) in liability regulating risk. It consists of two parts. Part I of the volume (Risk Overviews) deals with risk-based reasoning within those nine tort law systems and examines how risk influences the nature and content of tort law. Part II (State of the National Art on Risk) focuses on specific developments within the legal systems. Ivo Giesen, Elbert de Jong and Marlou Overheul wrote the Dutch chapter for part I. De Jong also wrote the Dutch chapter for part II, dealing with judicial risk regulation in e.g. the context of climate change, tobacco related risks, and air-quality standards (for more on that, see here and here). In this weblog we discuss the most important insights of the Dutch chapter in part I (see I. Giesen, E.R. de Jong & M. Overheul, ‘How Dutch Law Responds to Risks’, in: M. Dyson (ed.), Regulating Risk Through Private Law, Intersentia 2018, p. 165-193).  Lees verder

Slachtoffers van internet-oplichting: should we promise them a rose-garden?

Onlangs heeft het CDA gepleit voor een intensivering van de aanpak van internet-oplichting (zie hier). Naast uitbreiding van de opsporing en vervolging en het intensiveren van de privaat-publieke samenwerking, wordt gepleit voor verruiming van verhaalsmogelijkheden. Het voorstel komt niet onverwacht; in de media is veel belangstelling voor slachtoffers van internet-oplichting (bijvoorbeeld in het programma Kassa). Bestrijding van horizontale fraude (fraude tussen particulieren) via het strafrecht is op zich natuurlijk legitiem; de bescherming van het sociaal-economische verkeer is immers een publiekrechtelijk belang. De overheid vent die boodschap uit, want roept op tot het doen van aangifte van internet-oplichting. Daar tegenover staat dat algemeen bekend is dat het afsluiten van financiële transacties via het internet risico’s meebrengt. Dat weerhoudt de gemiddelde burger niet van koop en verkoop via dit medium. Is het dan legitiem om van de strafrechtelijke overheid te vragen om verruimde verhaalsmogelijkheden te bieden, zoals het CDA voorstelt? En is, in dat spoor gedacht, de stelling van minister Blok, dat de aanpak van online fraude en offline fraude niet wezenlijk moet verschillen realistisch (Kamerstukken II 2016/17, 34615, 10,  p. 32)? O
Lees verder

Hoge Raad over het ‘recht om vergeten te worden’ van een veroordeelde crimineel

Door Stefan Kulk & Frederik Zuiderveen Borgesius

Op 24 februari 2017 verscheen een arrest van de Hoge Raad over een verwijderverzoek aan Google. In zijn arrest laat de Hoge Raad zich uit over hoe de rechten op privacy en gegevensbescherming zich verhouden tot het recht op vrijheid van meningsuiting. In deze blogpost geven we kort commentaar op het arrest van de Hoge Raad.
Lees verder

Deadly by design: wie is verantwoordelijk voor de schadelijke gevolgen van de sjoemelsigaret?

Op 29 april 2016 deed Bénédicte Ficq namens de Stichting Rookpreventie Jeugd aangifte
tegen vier grote tabaksfabrikanten
. De aanklacht is fors, de tabaksindustrie zou moeten worden vervolgd voor poging (art. 45 Sr jo) tot moord en/of doodslag (art. 289 resp. 287 Sr) poging zware mishandeling (303 Sr) en/of opzettelijke benadeling van de gezondheid (art. 300 jo 301 Sr), en valsheid in geschrifte (art. 225 Sr). Daarbij richt de aangifte zich niet alleen tot de bedrijven, maar ook tot de feitelijk leidinggevers.

Lees verder

Onveilig (?) verpakkingsmateriaal: gerechtvaardigd stilzitten of verplicht handelen?

verpakking-1Op 17 augustus 2016 verscheen het bericht dat enkele supermarkten potentieel gevaarlijke minerale oliën gaan weren uit verpakkingsmateriaal. Een groot deel van ons verpakkingsmateriaal wordt gemaakt van gerecycled papier en karton. In dat materiaal zitten minerale oliën – zogeheten MOSH (Mineral Oil Saturated Hydrocarbon) en MOAH (Mineral Oil Aromatic Hydrocarbons) – die schadelijk zouden kunnen zijn voor de gezondheid. Stel dat een belangenorganisatie een zaak initieert om de karton- en papierindustrie te dwingen tot actie om de consument te beschermen. In een dergelijke procedure zal – zoals altijd bij onzekere risico’s – de centrale vraag zijn of een bedrijf gerechtvaardigd stil mag zitten, of dat de zorgen over het bestaan van een gezondheidsrisico van dien aard zijn, dat voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen (zie ook De Jong 2016, hst 3). In deze blog behandelen wij enkele juridische vraagstukken die spelen bij het beantwoorden van deze vraag bij de onzekere risico’s van gerecycled papier en karton in voedselverpakkingen. We concentreren ons daarbij, bij gebrek aan geschreven regels die het probleem beheersen, op de ongeschreven maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 BW. Voordat we aan de juridische merites van de problematiek toekomen, behandelen we de mogelijke risico’s en de mogelijk te nemen voorzorgsmaatregelen.
Lees verder

Macro-effecten van civiele aansprakelijkheidstelling

hammer-719066_960_720De laatste jaren wordt er, mede met het oog op de versterking van de rechtsvormende taak van de civiele (cassatie)rechter, door verscheidene auteurs voor gepleit dat rechters meer oog moeten hebben voor de (mogelijk) macro-effecten van hun beslissingen. De moderne rechter kijkt naar de mogelijke niet-juridische effecten van zijn beslissing, ook voor derden. Maar kunnen we dit van de rechter verlangen? Heeft hij voldoende zicht op de mogelijke macro-effecten van zijn beslissing en indien dit niet het geval is, (hoe) kan hij dit zicht verkrijgen? In mijn bijdrage voor de Spier-bundel heb ik enkele drempels en oplossingsrichtingen geschetst voor het meewegen van de macro-effecten bij civielrechtelijke aansprakelijkstelling.  Deze drempels die de rechter tegen kan komen, kunnen aanzienlijk zijn. Lees verder

Juridische en rechtsstatelijke implicaties van de uitspraak Rechtbank Den Haag in de Urgenda-procedure

250057

Op donderdag 10 september 2015 hield de vaste commissie Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer een hoorzitting over de implicaties van de uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake het Nederlandse klimaatbeleid (de Urgenda-zaak). Het doel van de hoorzitting was om de Tweede Kamer inzicht te verschaffen in de implicaties van deze uitspraak voor het klimaatbeleid, alsmede in de juridische (staatsrechtelijke) gevolgen van deze uitspraak. Wij hebben desgevraagd een position paper ingediend over die implicaties en Elbert de Jong heeft tijdens de hoorzitting een toelichting daarop gegeven. Volgens ons zijn er drie (verwante) thema’s gerelateerd aan de Urgenda-procedure die specifiek aandacht behoeven in het maatschappelijke debat over de uitspraak. Ook is een dialoog tussen de uitvoerende macht, wetgevende macht en rechterlijke macht over deze thema’s nodig. Lees verder

Het EVRM en de klimaatzaak: toetsing aan niet van toepassing zijnde normen

CO2uitstootHet kan u nauwelijks zijn ontgaan: op 24 juni jongstleden heeft de Rechtbank Den Haag vonnis gewezen in de zaak die stichting Urgenda aanhangig heeft gemaakt om de Staat te bewegen om de uitstoot van broeikasgassen – in het bijzonder  CO2 – in Nederland vergaand te reduceren. Tot verbazing van velen en niet de minsten heeft de rechtbank de Staat bevolen om de uitstoot zodanig te beperken dat deze in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. De klimaatzaak heeft veel aandacht gekregen. Tot nu toe is één aspect daarbij nog onderbelicht gebleven: de rol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit verdrag komt aan de orde zowel in het kader van de beoordeling van de vraag of de Staat met het huidige klimaatbeleid inbreuk maakt op een subjectief recht van Urgenda, als bij de ontvankelijkheid van Urgenda als gevolmachtigde van 886 personen. Hoe moeten de (schaarse) overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het EVRM worden geduid? Als inspiratiebron? Maar hoe werkt dat dan?

Lees verder

Waar de overheid faalt, is daar de rechter als ‘redder’?

plaatjeblogElbertDe overheid heeft als kerntaak om door middel van regulering de fysieke veiligheid en het milieu tegen bedreigingen te beschermen (zie bijv. art. 21 en 22 van de Grondwet). Denk daarbij aan bedreigingen als roken, klimaatverandering, asbest en (schalie)gasboringen. Verschillende burgers en organisaties claimen dat de overheid de kunst van een goede risicoregulering niet verstaat. De overheid zou falen. Als reactie op dit (vermeende) overheidsfalen stappen ze steeds vaker naar de (civiele) rechter. Hiermee vragen ze een nieuwe rol van de rechter bij het reguleren van bedreigingen voor de fysieke veiligheid en het milieu. De rechter wordt ingeschakeld als plaatsvervangend regelgever en als (laatste) redmiddel om de vermeende tekortkomingen van de overheid te ondervangen.
Lees verder