Maandelijks archief: oktober 2018

Hoger beroep Urgenda – Van gevaarzetting naar mensenrecht

 

Het Hof Den Haag heeft in het hoger beroep van het Urgenda-proces geoordeeld dat het Nederlandse klimaatbeleid onrechtmatig is en dat de Nederlandse Staat meer maatregelen moet nemen om zijn broeikasgasemissies te verminderen. Het emissiereductiegebod dat de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd blijft dus overeind, maar de grondslag voor het gebod is veranderd: volgens het hof handelt de Staat niet onrechtmatig vanwege strijd met een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm, maar (reeds) vanwege strijd met artikelen 2 en 8 van het EVRM. Een wijziging van de grondslag klinkt misschien triviaal, maar heeft grote gevolgen: klimaatverandering is officieel een mensenrechtenkwestie geworden. Het emissiereductiegebod van het hof is hierdoor een stuk ‘harder’ dan het gebod van de rechtbank. Bovendien stelt het hof een aantal aanvullende eisen ten opzichte van de rechtbank, waardoor de Nederlandse Staat meer en sneller zijn CO2-uitstoot moet reduceren dan eerst het geval was. In deze blog sta ik stil bij deze en enkele andere verschillen tussen het klimaatoordeel van het hof en dat van de rechtbank.  Lees verder

Naar een verdrag over maatschappelijk verantwoord ondernemen? Een commentaar op de eerste ontwerpversie

Op 10 juli 2018 bracht de permanente missie van Ecuador bij de Verenigde Naties een “sneuveltekst” (zero draft) uit van een juridisch bindend instrument over de impact van de activiteiten van transnationale ondernemingen op de mensenrechten. Een werkgroep van de Verenigde Naties zal de tekst nu verder bespreken. Die werkgroep had al in 2014 een mandaat gekregen voor de uitwerking van een verdrag ter zake. Een beperkte groep landen uit het Globale Zuiden onder leiding van Ecuador, gesteund door een coalitie van niet-gouvernementele organisaties, bereidde vervolgens de weg voor de sneuveltekst. Het is onwaarschijnlijk dat deze tekst ook de verdragstekst zal worden, maar hij geeft wel een duidelijke richting aan de discussies die de komende tijd zullen plaatshebben binnen de VN-werkgroep. In deze post bespreek ik kort de inhoud van de tekst en plaats ik die in het bredere debat over de verantwoordelijkheid van ondernemingen om de mensenrechten te eerbiedigen. Ik onthaal de tekst in algemene zin positief, met name omdat hij goed aansluit bij eerdere (niet-bindende) initiatieven. Niettemin zouden de opstellers van het instrument er goed aan doen de relatie tussen due diligence-verplichtingen en juridische aansprakelijkheid van ondernemingen voor schendingen van de mensenrechten te verhelderen. Lees verder

The zero draft on a legally binding instrument on business and human rights: the challenge of jurisdiction

On 19 July 2018, the Permanent Mission of Ecuador to the United Nations released a zero draft on a legally binding instrument (LBI) – a treaty in fact – on business and human rights. This zero draft will serve as the basis for negotiations during the fourth session of an ‘Open-Ended Intergovernmental Working Group’ which will take place in Geneva between 15 and 19 October 2018. Quite a number of other posts (including Lopez in Opinio Juris and Cassel in Letters Blogatory) have been published in the wake of the release of the zero draft. None of them focuses specifically on the question of jurisdiction, however. This is remarkable, as it is difficult to escape the presence of the concept of jurisdiction in the LBI. While only one article of the LBI is specifically titled ‘jurisdiction’ (Article 5, which deals with adjudicatory jurisdiction), the term ‘jurisdiction’ also features in five other articles of the LBI. That jurisdiction is so pervasive throughout the LBI is mainly because it is such a multifaceted notion. For different lawyers, it may mean different things. The treaty would benefit from some clarity on the matter, in particular regarding the linkages between the different understandings of jurisdiction. In this post, I make some suggestions in this regard.  Lees verder