Categorie archief: Verantwoordelijkheid voor Mensenrechten en Internationale Verplichtingen

Hoger beroep Urgenda – Van gevaarzetting naar mensenrecht

Het Hof Den Haag heeft in het hoger beroep van het Urgenda-proces geoordeeld dat het Nederlandse klimaatbeleid onrechtmatig is en dat de Nederlandse Staat meer maatregelen moet nemen om zijn broeikasgasemissies te verminderen. Het emissiereductiegebod dat de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd blijft dus overeind, maar de grondslag voor het gebod is veranderd: volgens het hof handelt de Staat niet onrechtmatig vanwege strijd met een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm, maar (reeds) vanwege strijd met artikelen 2 en 8 van het EVRM. Een wijziging van de grondslag klinkt misschien triviaal, maar heeft grote gevolgen: klimaatverandering is opeens officieel een mensenrechtenkwestie geworden. Het emissiereductiegebod van het hof is hierdoor een stuk ‘harder’ dan het gebod van de rechtbank. Bovendien stelt het hof een aantal aanvullende eisen ten opzichte van de rechtbank, waardoor de Nederlandse Staat meer en sneller zijn CO2-uitstoot moet reduceren dan eerst het geval was. In deze blog sta ik stil bij deze en enkele andere verschillen tussen het klimaatoordeel van het hof en dat van de rechtbank. 

Lees verder

Naar een verdrag over maatschappelijk verantwoord ondernemen? Een commentaar op de eerste ontwerpversie

Op 10 juli 2018 bracht de permanente missie van Ecuador bij de Verenigde Naties een “sneuveltekst” (zero draft) uit van een juridisch bindend instrument over de impact van de activiteiten van transnationale ondernemingen op de mensenrechten. Een werkgroep van de Verenigde Naties zal de tekst nu verder bespreken. Die werkgroep had al in 2014 een mandaat gekregen voor de uitwerking van een verdrag ter zake. Een beperkte groep landen uit het Globale Zuiden onder leiding van Ecuador, gesteund door een coalitie van niet-gouvernementele organisaties, bereidde vervolgens de weg voor de sneuveltekst. Het is onwaarschijnlijk dat deze tekst ook de verdragstekst zal worden, maar hij geeft wel een duidelijke richting aan de discussies die de komende tijd zullen plaatshebben binnen de VN-werkgroep. In deze post bespreek ik kort de inhoud van de tekst en plaats ik die in het bredere debat over de verantwoordelijkheid van ondernemingen om de mensenrechten te eerbiedigen. Ik onthaal de tekst in algemene zin positief, met name omdat hij goed aansluit bij eerdere (niet-bindende) initiatieven. Niettemin zouden de opstellers van het instrument er goed aan doen de relatie tussen due diligence-verplichtingen en juridische aansprakelijkheid van ondernemingen voor schendingen van de mensenrechten te verhelderen. Lees verder

The Special Jurisdiction for Peace in Colombia: Challenges and Opportunities for Accountability

The Special Jurisdiction for Peace in Colombia (SJP) officially opened its doors on 15 March 2018. The SJP is one of the key accountability mechanisms of the Peace Agreement signed between the Government of Colombia and the Revolutionary Armed Forces of Colombia-Popular Army (FARC-EP) on 24 November 2016. In particular, the SJP is the judicial component of the Comprehensive System for Truth, Justice, Reparation and Non-Repetition, and is designed to investigate and prosecute serious violations of human rights and international humanitarian law committed during the Colombian armed conflict. To date 38 judges have been selected to sit at the SJP, 20 of the them are women. Additionally, 14 foreign judges will serve as observers. According to the Legislative Act 01 of 2017, the SJP consists of an Investigation and Indictment Unit, three Trial Chambers, and a Tribunal for Peace, which will have an Appeal’s Division serving as final instance. This article analyses some of the main features of the SJP as well as other complementary mechanisms in the quest for accountability. Lees verder

Klimaataansprakelijkheid 2.0 – Een vergelijking tussen de klimaatzaak tegen de Staat en de klimaatzaak tegen Shell

In een brief aan de directie van Shell, heeft Milieudefensie het oliebedrijf aansprakelijk gesteld voor het mede veroorzaken van gevaarlijke klimaatverandering. Als Shell niet akkoord gaat met de voorgestelde klimaatmaatregelen, stapt Milieudefensie naar de rechter. Mocht het aankomen op een rechtszaak, dan is het voor het eerst dat een belangenorganisatie probeert het klimaatbeleid van een onderneming te veranderen met behulp van een rechterlijk gebod. Eerder, in de welbekende klimaatrechtszaak van stichting Urgenda tegen de Nederlandse Staat, werd de gebodsactie al succesvol ingezet om verdergaande klimaatmaatregelen af te dwingen bij de overheid. Klimaataansprakelijkheid van ondernemingen is een andere tak van sport dan klimaataansprakelijkheid van overheden, maar er zijn ook interessante parallellen. Deze blog staat stil bij de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen het Urgenda-proces en de klimaatzaak tegen Shell. Daarnaast schetst deze bijdrage in vogelvlucht het juridisch kader van klimaataansprakelijkheid. Lees verder

Het Stichtse Vecht-arrest: duidelijkheid over immuniteit?

Op 29 januari jl. verscheen een blog naar aanleiding van de voordracht tot cassatie in het belang der wet van het vonnis in de zaak Stichtse Vecht door A-G Machielse. Hij betoogde dat de rechtbank de officier van justitie ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in de strafvervolging van de gemeente. Er zou hier namelijk sprake zijn van een exclusieve bestuurstaak in de zin van het Pikmeer II-arrest, en dus van strafrechtelijke immuniteit van de gemeente. In het hiervoor genoemde blog is uiteengezet dat het criterium van de exclusieve bestuurstaak ruimte laat voor uiteenlopende interpretaties. Daarnaast is verdedigd dat het kwestieus is of de uitsluiting van de vervolgbaarheid van de overheid in een zaak als deze wel houdbaar is. Inmiddels heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan en het vonnis deels vernietigd. Geeft het arrest van de Hoge Raad meer duidelijkheid over het exclusieve bestuurstaak-criterium? En hoe kunnen de overwegingen over dit criterium vanuit EVRM-optiek worden beoordeeld? 

Door Eelke Sikkema en Ellen Gijselaar Lees verder

Domestic criminal accountability for Dutch corporations profiting from North Korean forced labour

I was recently invited as a legal expert to reflect on the potential for accountability of Dutch corporations profiting from the labour exploitation of North Korean workers abroad. Already in 2016, a team led by Remco Breuker, professor of Korean Studies at Leiden University, had issued a report detailing the appalling (forced) labour conditions in which North Koreans work in Europe. This happens in particular in Poland where they are forced to work on shipyards and have to hand most of their wages to the North Korean government. Apparently, North Korea ‘trafficks’ these workers to Poland for self-enrichment purposes. In the wake of this report, investigative work sponsored by the Why? Foundation exposed how various corporations and governments are complicit in these abuses (this work resulted in a documentary, Dollar Heroes, more information can be found here). On that basis, Breuker’s research team produced a follow-up report, released on 6 February 2018, which highlighted the involvement of Dutch corporations, notably as buyers of ships made by North Koreans in Poland. In this post, I explain on what grounds these corporations could be held to account under Dutch criminal law, and in particular how Dutch jurisdiction could be established over them. Lees verder

Strafvervolging gemeente Stichtse Vecht: laatste woord hierover nog niet gezegd

Op 31 oktober 2017 deed A-G Machielse een voordracht tot cassatie in het belang der wet van het vonnis in de zaak Stichtse Vecht. In deze zaak ging het om een nalaten van de gemeente om een weg te onderhouden en om de nodige verkeersmaatregelen te nemen. Daardoor was sprake van een gevaarlijke wegsituatie die heeft geleid tot een ongeval waarbij een motorrijdster en haar duopassagier de dood vonden. De strafvervolging leidde weliswaar tot een veroordeling in verband met het nalaten de nodige verkeersmaatregelen te nemen, maar daarna is er cassatie in het belang der wet ingesteld. In zijn conclusie betoogt A-G Machielse dat de tenlastegelegde feiten naar hun aard, en gelet op het wettelijk systeem, rechtens enkel door gemeentelijke functionarissen kunnen worden verricht. Vervolging van individuele ambtenaren behoorde, gelet op de ‘collectieve aard van de fout’, niet tot de mogelijkheden. Wanneer de zienswijze van Machielse wordt gevolgd, heeft dit tot gevolg dat de officier van justitie niet ontvankelijk had moeten worden verklaard. In de literatuur is echter betoogd dat met een Straatburgse bril een dergelijke uitkomst niet aanvaardbaar is (zie bijvoorbeeld Alkema NJ 2005/210, Barkhuysen & Van Emmerik 2005, p. 88; Van den Munckhoff 2008, p. 577; Rijnhout, Sikkema & De Zanger 2014, p. 20). In deze blog wordt nagegaan of dat daadwerkelijk het geval is, en zo ja, waar een mogelijke oplossing van het probleem ligt. Lees verder

Shared obligations and shared responsibility in international law

On 2 November 2017, Natasa Nedeski successfully defended her PhD on ‘shared obligations in international law’ at the University of Amsterdam (UvA). I had the honour of being a member of the reading committee. Nedeski happens to be a former bachelor student of us at Utrecht University (UU). She also pursued an LL.M. in Public International Law at UU, and was a junior lecturer at UU. She subsequently joined Prof. André Nollkaemper’s project on shared responsibility, of which this thesis on shared obligations is one of the outcomes.  In this post, I describe and commend the main findings of Nedeski’s thesis. Lees verder

Diplomatieke immuniteit voor uitbuiting van huispersoneel?

De uitbuiting van huishoudelijk personeel door diplomaten is een oud zeer, ook in Nederland. De Volkskrant schreef vorig jaar dat bij het ministerie van Buitenlandse Zaken de afgelopen vijf jaar 26 particuliere bedienden van diplomaten geaccrediteerd in Nederland melding hadden gemaakt van uitbuiting. Het ging daarbij om onderbetaling, slechte arbeidsomstandigheden en ongewenste omgangsvormen. Tot nu toe ging men ervan uit dat die diplomaten op basis van het internationaal recht immuniteit genieten. Dat wil zeggen dat ze niet voor de nationale rechter kunnen worden gedaagd van de staat waar ze geaccrediteerd zijn. Deze immuniteit – die de facto vaak op straffeloosheid neerkomt – werkt misbruik in de hand. Lees verder

Armed Non-State Actors and International Human Rights Law: An Analysis of the UN Security Council and UN General Assembly

In June 2017, the Harvard Law School Program on International Law and Armed Conflicts published a briefing on ‘Armed Non-State Actors and International Human Rights Law: An Analysis of the UN Security Council and UN General Assembly’. In this blog post, I demonstrate why the briefing – and the data collected in the annexes – is an important addition to knowledge in this area that will facilitate important discussion of this issue amongst policy makers. In order to start this discussion, I highlight a few particular aspects of the report that I find most interesting and valuable. In doing so, I explain inter alia why I disagree with the authors’ conclusion that no pattern is discernible in how the United Nations Security Council and General Assembly address armed non State actors. I end the post by giving some suggestions about how the data collected by the study may provide rich potential for even further analysis.  Lees verder