Categorie archief: Aansprakelijkheid en Schadevergoeding na Misdrijf

Een schadefonds ingesteld na terroristische aanslagen? En de daadwerkelijke behoeften van de slachtoffers dan?

National_Park_Service_9-11_Statue_of_Liberty_and_WTC_fireVerschillende nationale overheden hebben de laatste jaren fondsen geïntroduceerd om de vergoeding van schade als gevolg van een terroristische aanslag ter hand te nemen. Onderzoek naar het Amerikaanse 9/11-schadefonds biedt inzicht in de behoeftes van de slachtoffers na een terroristische aanslag. Daaruit blijkt dat de behoeftes van deze slachtoffers verder gaan dan een financiële uitkering. Maar is het daarom wel zo’n goed idee om via zo’n fonds enkel financiële vergoeding aan te bieden? Na de aanslagen in Parijs en op vliegveld Zaventem is deze vraag helaas (weer) actueel geworden. In dit blog wordt daarom stilgestaan bij het onderzoek dat is verricht naar het 9/11-schadefonds en de behoeften van slachtoffers en hun nabestaanden.
Lees verder

Over schadeverhaal, veranderende rechtsbetrekkingen en de modernisering van strafvordering: gemiste kansen?

strafvorderingBinnen het strafrecht loopt momenteel een traject tot modernisering van strafvordering. Onderdeel daarvan is de positie van het slachtoffer in het strafproces, onder andere in diens hoedanigheid als benadeelde partij. Daarmee raakt deze wetgevingsoperatie aan het aansprakelijkheidsrecht, want de voeging betreft een civiele vordering af te handelen in de context van het strafproces. Tot op heden houdt de wetgever vast aan de gedachte dat het schadeverhaal en de afdoening van de strafzaak gescheiden rechtsgebieden betreft, maar is dat nog vol te houden gelet op de voortschrijdende convergentie tussen het strafrecht en het aansprakelijkheidsrecht? Of laat de wetgever hier kansen liggen om de grondslag van de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een handelen dat zowel een strafbaar feit, als een onrechtmatige daad omvat, te doordenken?

Lees verder

De Hoge Raad als hoeder van het rechtsherstellende karakter van de ontnemingsmaatregel

Geld 1

De ontneming van misdaadgeld staat in het centrum van de aandacht. Het Openbaar Ministerie voert een actief beleid om met misdaad verkregen geld ‘af te pakken’ om zo criminelen hard te raken in hun portemonnee. Deze aanpak werpt zijn vruchten af: het Openbaar Ministerie maakte onlangs bekend dat het in 2015 een recordbedrag van € 143,5 miljoen heeft geïnd met strafrechtelijke sancties. Een goed jaar dus, want doel van het beleid is om zoveel mogelijk misdaadgeld te ontnemen. Dat standpunt kan in principe worden onderschreven. Misdaad mag immers niet lonen. De harde aanpak lijkt echter wel gevolgen te hebben voor het karakter van de ontnemingsmaatregel van artikel 36e Sr, een belangrijk instrument in het afpakbeleid. Waar de ontnemingsmaatregel oorspronkelijk was bedoeld als een niet-bestraffende, ‘rechtsherstellende’ sanctie, is dat karakter sterk onder druk komen te staan vanwege twee recente wetswijzigingen. Het lijkt erop dat de wetgever het rechtsherstellende doel niet meer scherp voor ogen heeft, zodat bescherming daarvan van de Hoge Raad moet komen.

Lees verder

Reactie op ‘MH17-proces wordt erg lastig in Nederland’

Convoy_of_MH-17_victims_on_the_highwayIn ‘MH17-proces wordt erg lastig in Nederland’ (NRC 20 januari 2016) maakt het NRC melding van een discussie over de draagwijdte van artikel 552y van het Wetboek van Strafvordering. De Nederlandse overheid zou deze bepaling willen aangrijpen om voor een Nederland voor een Nederlandse rechtbank gerechtigheid voor de MH17-crash te laten geschieden voor alle slachtoffers, dus niet enkel deze met de Nederlandse nationaliteit.  Aangezien het grootste deel van de slachtoffers de Nederlandse nationaliteit, komt Nederland onvermijdelijk in beeld. Nederland heeft het veiligheidsonderzoek uitgevoerd en leidt het joint investigative team, de Nederlandse strafwet maakt berechting voor moord mogelijk, zelfs in de fysieke afwezigheid van de dader, en Nederland staat internationaal bekend om zijn onpartijdige en onafhankelijke rechtspraak. Nederland lijkt me zonder meer in staat het MH17-proces tot een goed einde te brengen. Opdat dit proces aan legitimiteit zou winnen, lijkt het me evenwel raadzaam ook andere landen te betrekken bij de berechting. Lees verder

Ook helden kunnen strafbaar zijn – de zaak Jitse Akse

Hercules combatant Achelous Jitse Akse, een Nederlandse voormalig militair, werd afgelopen woensdag door de politie aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij het doden van IS-strijders in Syrië. De man zou in Syrië hebben gestreden aan de zijde van de Koerdische volksmilitie YPG. Naar aanleiding van deze aanhouding is veel commotie ontstaan. Velen vinden dat Akse niet gestraft mag worden omdat hij juist heeft bijgedragen aan de wereldwijde strijd tegen IS. Nederland is formeel in oorlog met IS en traint de Koerdische strijders. Volgens critici heeft dit tot gevolg dat Akse in Nederland niet vervolgd kan worden voor zijn betrokkenheid. In het strafrecht en het oorlogsrecht is die conclusie echter niet zo vanzelfsprekend. Lees verder

Media-aandacht, strafrechtelijke aansprakelijkheid en artikel 8 EVRM

  Surveillance_camerasIn hoeverre kan de strafrechter bij de strafoplegging rekening houden met massale media-aandacht voor de strafzaak? Deze vraag staat centraal in een belangwekkend arrest van de strafkamer van de Hoge Raad van 13 oktober jongstleden. De uitspraak is gewezen tegen de hoofdverdachte uit de geruchtmakende zaak van de zogenoemde ‘Eindhovense kopschoppers’. De Hoge Raad beantwoordt onder meer de vraag hoe de feitenrechter moet omgaan met inbreuken op de privacy die zijn opgetreden tijdens het voorbereidend onderzoek door massale media-aandacht voor de zaak. Meer specifiek gaat het over privacy-inbreuken ten gevolge van de openbaarmaking door het Openbaar Ministerie van privacy-gerelateerd beeldmateriaal ten behoeve van de opsporing.
Lees verder

De vage grenzen van het misdrijf corruptie. Overpeinzingen bij een fles wijn

 

afbeeldingwijnSoms krijgt een universitair docent een fles wijn cadeau van een student, meestal als dank voor de begeleiding van diens scriptie. Gevoelsmatig zullen velen een dergelijke attentie beschouwen als een volslagen aanvaardbare (en misschien zelfs prijzenswaardige) uitdrukking van waardering voor een prettige samenwerking. Maar gelet op de omschrijving van het delict omkoping (corruptie) in het Wetboek van Strafrecht (WvSr) kan men zich afvragen of strafrechtelijke aansprakelijkheid hier niet op de loer ligt. Daarmee is meer in algemene zin de vraag aan de orde of de grenzen van de strafbaarheid van corruptie in de wet voldoende duidelijk zijn afgebakend en of deze niet te ruim zijn getrokken. Onduidelijkheid over de toepasselijkheid van de strafbaarstelling zou op gespannen voet staan met het legaliteitsbeginsel, dat eist dat het strafbare gedrag in de wet zo duidelijk wordt omschreven dat de burger (in dit geval de docent) zijn gedrag daarop kan afstemmen. De meeste docenten zullen zich echter niet realiseren dat ze zich door het aannemen van de wijn mogelijk schuldig maken aan een misdrijf, waarop ook nog eens een maximale gevangenisstraf van zes jaar is gesteld.

Lees verder

Overheden in het strafrecht: over de houdbaarheid van immuniteit

Port_of_Amsterdam_ship_7In april 2015 heeft de gemeente Amsterdam een strafbeschikking opgelegd gekregen naar aanleiding van een tragisch ongeval dat twee jaar eerder plaatsvond. Een vrouw is om het leven gekomen nadat zij met haar snorfiets tegen een slecht verlicht paaltje is gereden. Het Openbaar Ministerie vaardigt de strafbeschikking uit omdat er voldoende bewijs is dat de gemeente vervolgd zou kunnen worden voor dood door schuld en zwaar lichamelijk letsel door schuld. De inzet van het strafrecht voor het aansprakelijk stellen van overheden is bepaald geen vanzelfsprekendheid. De reden: op grond van rechtspraak is in bepaalde gevallen voor publiekrechtelijke rechtspersonen een strafrechtelijke immuniteit aanvaard. Dit stelsel van immuniteiten veronderstelt echter een vergaand vertrouwen in de integriteit van de overheid, een vertrouwen dat steeds verder af lijkt te kalven naar aanleiding van incidenten als de Schipholbrand en de vuurwerkramp in Enschede. De strafbaarheid van overheden staat al enige tijd ter discussie, zowel in de literatuur als in het parlement. Dit heeft geresulteerd in een wetsvoorstel tot opheffen van de strafrechtelijke immuniteit van publiekrechtelijke rechtspersonen dat momenteel in behandeling is bij de Eerste Kamer. Ook de rechtspraak op Europeesrechtelijk niveau lijkt te pleiten voor strafrechtelijke vervolging van overheden. Heeft ons stelsel van strafrechtelijke immuniteiten zijn beste tijd gehad? Ter beantwoording van deze vraag zet ik in vogelvlucht de meest in het oog springende ontwikkelingen op een rij. Lees verder

Het voorwaardelijk bevel straf vervolging:’ poreuze strafvordering’?

justitie

In de onlangs gepubliceerde Contourennota opgesteld ten behoeve van de voorgenomen herziening van het Wetboek van Strafvordering  wordt een nieuwe rechtsfiguur geïntroduceerd: het voorwaardelijk bevel vervolging. Doel van de nieuwe rechtsfiguur is schadevergoeding mogelijk te maken voor slachtoffers. Indien de verdachte niet ingaat op het aanbod van het hof om strafvervolging ‘af te kopen’ via schadevergoeding volgt alsnog een bevel tot strafvervolging. Daarmee zet de wetgever een volgende stap op de ingeslagen weg naar convergentie van strafbaar feit en onrechtmatige daad. Lees verder

Going public: de revival van de schadevergoedingsstraf?

iStock_000018103661MediumHet aantal vorderingen benadeelde partij dat wordt voorgelegd aan de strafrechter neemt toe en zal, is de verwachting, de komende jaren verder toenemen. Candido en Lindenbergh stellen in hun recente artikel in NTBR (‘Strafrechter en smartengeld’, NTBR 2014, 21) zelfs dat de strafrechter inmiddels een veelvoud aan vorderingen afdoet ten opzichte van zijn civiele collega. De civiele route blijkt namelijk niet erg geliefd (Van Wingerden 2007; Schrama & Geurts 2012; Van Dongen, Hebly & Lindenbergh 2013). Een substantieel deel van de vorderingen die worden afgedaan door de strafrechter betreft (ook) smartengeld;  over 2001 betrof het 17.200 vorderingen benadeelde partij, waarvan naar schatting 7000 (ook) betrekking hadden op immateriële schade (Schrama & Geurts 2012). Lees verder