Categorie archief: Preventie en Sancties in het Aansprakelijkheidsrecht

Toeslagen en tbs: de ongemakkelijke realiteit van valspositieven

Een onrechtvaardigheid die de toeslagenaffaire aan het licht bracht was dat sommige groepen ouders zo streng werden gecontroleerd op fraude dat het voor hen vrijwel onmogelijk was hun onschuld aan te tonen. Met hard optreden kunnen veel frauders worden gepakt, maar het verhoogt tegelijkertijd het risico op het treffen van onschuldigen (valspositieven). De affaire legt daarmee een dilemma bloot dat op meer juridische terreinen speelt en dat in het bijzonder knelt op het terrein van de oplegging van tbs. Tbs wordt opgelegd om recidive te voorkomen. Recidive is echter moeilijk te voorspellen. Dat betekent dat een relatief grote groep tbs-gestelden in feite niet zal recidiveren (valspositieven), maar dus wel vastzit. Hoe moet daarmee worden omgaan?

Lees verder

Moet de tbs worden veranderd?

De tbs (terbeschikkingstelling) is een van de zwaarste sancties uit het Nederlandse strafrecht. Voor deze maatregel is in de media, rechtswetenschap en politiek veel aandacht. De tbs is namelijk aan de orde in veel spraakmakende zaken, zoals de zaken tegen Michael P. en Thijs H. en Jos B. In dit blog wordt het strafrechtelijk kader van de tbs beschreven. Ook wordt ingegaan op lopend onderzoek naar de tbs-maatregel dat wordt uitgevoerd door onderzoekers van Ucall. Lees verder

De-riskende banken: Wwft-conform gedrag, of toch niet?

Bankenautoriteit: antiwitwasregels lijken doorgeslagen’, kopt het Financieel Dagblad (FD) op 3 september jongstleden. De Europese Bankenautoriteit (EBA) – de Europese toezichthouder van de banken binnen de Europese Unie – is bezorgd over de manier waarop de Nederlandse banken invulling geven aan de regels die voortvloeien uit de Europese anti-witwasrichtlijnen. Deze regels zijn in Nederland neergelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De EBA signaleert dat de banken bij het naleven van de Wwft-verplichtingen (groepen) klanten met een mogelijk (te) hoog risico op witwassen of terrorismefinanciering uit voorzorg de deur wijzen (de-risken). In dit blog sta ik eerst stil bij de Wwft, waarna ik inga op de-risken, gelet op het grote belang voor een onderneming om een bankrekening te hebben of te verkrijgen. In de afronding werp ik de vraag op of de-risken het doel van de anti-witwaswetgeving wel dient.

Lees verder

De ‘forensische scherpte’ van Père Ubu? Het OVV-rapport Forensische Zorg en Veiligheid en de forensisch zorgverlener als risicobeperker

Naar aanleiding van de casus Michael P. heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) op 28 maart 2019 een rapport uitgebracht over de wijze waarop plegers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven worden voorbereid op hun mogelijke terugkeer in de samenleving vanuit de zorgverlening binnen Penitentiaire Psychiatrische Centra (PPC’s) en Forensisch Psychiatrische Afdelingen (FPA’s). Dit rapport heeft geleid tot een stevig debat in de Tweede Kamer, waarin stellige uitspraken zijn gedaan over de status van de forensische zorg als zodanig. Bovendien lijkt het rapport toch wel erg aan te sturen op de noodzaak van een kentering in de taakopvatting binnen de forensische zorg. Vanuit een zorgdominante taakopvatting moet de forensische zorg zich volgens het rapport gaan heroriënteren op risicobeperking. Deze noodzaak wordt al sinds enige tijd ook sterk onderschreven door de politiek, getuige bijvoorbeeld de volledige inwerkingtreding van de Wet Langdurig Toezicht op 1 januari 2018, waarmee het onder meer mogelijk is om plegers van zware gewelds- en zedendelicten levenslang te laten monitoren door, met name, forensische instanties. In dit blog beoog ik een – opiniërende – analyse te geven van dit vertoog ten aanzien van deze opgevatte politieke noodzaak van een kentering in de taakopvatting binnen de forensische zorgverlening. Lees verder

Ruimer baan voor smartengeld bij inbreuken op fundamentele rechten? Een reactie op HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376

Leed of verdriet komen in het schadevergoedingsrecht slechts in enkele, door de wet benoemde gevallen voor vergoeding in aanmerking. De algemene regeling hiervoor biedt artikel 6:106 BW. Wanneer de benadeelde niet is aangetast in zijn eer of goede naam en geen lichamelijk letsel heeft, is nodig dat hij ‘op andere wijze in zijn persoon is aangetast’ (behoudens in de bijzondere categorieën van sub a en c van artikel 6:106, lid 1 BW, die hier zullen blijven rusten). Deze ‘vangnetcategorie’ wordt al jaren tamelijk strak beteugeld.  Lees verder

Minister Dekker’s victim policy: victims first, suspects and offenders second

Since the Dutch government formation last year, the Ministry for Justice and Security has been represented by three government members: the Minister of Justice and Security, Ferdinand Grapperhaus, State Secretary, Mark Harbers, and the Minister for Legal Protection, Sander Dekker. On 22 February 2018, minister Dekker publicly announced his multi-year agenda, which contains his ambitions for victim policy for 2018-2021. Since I have read Dekker’s intentions, the question has been crossing my mind whether the suspects’ and offender’s rights will be adequately protected, when these intentions will be carried out. In this blog I will make some remarks on minister Dekker’s victim policy concerning the victim’s right to speak during criminal proceedings. It will start with a short overview of victim’s rights in Dutch criminal proceedings. Subsequently, the intentions of minister Dekker will be discussed and critically reviewed from the suspect’s or offender’s point of view. It will end with a short conclusion. Lees verder

Een ‘landmark’ arrest in het Engelse recht: schadevergoeding na wanprestatie (weer) back to basics!

Morris-Garner and another (Appellants) v One Step (Support) Ltd (Respondent) [2018] UKSC 20

Aan de overkant van de Noordzee bedrijft men ook privaatrecht, dat mag geen verrassing heten. Geen wetboeken, geen parlementaire geschiedenis, maar ‘decisions’: rechtspraak vormt de ruggengraat van de bekende, maar hier te lande soms ook gevreesde, ‘common law’. Maar wat is het soms een feest om in één enkele uitspraak op uiterst leesbare wijze een geheel onderdeel van het privaatrecht zo eloquent over het voetlicht te zien gebracht. Lees verder

Ongezond en (on)geoorloofd; vrij of veilig?

(Volks)gezondheidsproblemen die gepaard gaan met roken, alcohol, suiker, transvetten en andere legale maar (potentieel) gezondheidsbedreigende producten, halen dagelijks het nieuws. Vanuit alle hoeken van de maatschappij wordt geroepen om gedrags- en beleidsaanpassing. Wat is de rol die het recht speelt, kan spelen en moet spelen ter bestrijding van de verwezenlijking van legale maar gezondheidsbedreigende risico’s? De zoektocht naar deze rol is de rode draad van het boek Ongezond en (on)geoorloofd. Publiek-en privaatrecht & legale, maar gezondheidsbedreigende producten en diensten dat op 18 mei 2018 op het Ucall-Jubileumcongres wordt gepresenteerd. Het boek draait om de vragen aan wie het is om in te grijpen en met welke (rechts)middelen, als schade dreigt als gevolg van legale maar gezondheidsbedreigende producten en diensten in het algemeen, en een aantal specifieke in het bijzonder. Lees verder

Inzetten op schade voorkomen

Schade voorkomen is beter dan schade vergoeden, in alle opzichten. Een schadeveroorzakend feit leidt immers tot onomkeerbare gevolgen, die met schadevergoeding niet worden teruggedraaid. Bovendien is schadevergoeding voor de één, financieel verlies voor de ander; schadevergoeding is louter schadeverplaatsing. Schade voorkomen heeft werkelijk zin. Daarop zouden de politiek en de rechtspraktijk moeten inzetten. Dat is de boodschap van een boek dat ik in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu schreef in het kader van het programma Bewust Omgaan met Veiligheid. Het ligt momenteel bij de Eerste en Tweede Kamer (zie Kamerstukken) en is deze week als nr. 11 in de Ucall-reeks verschenen. Lees verder

Slachtoffers van internet-oplichting: should we promise them a rose-garden?

Onlangs heeft het CDA gepleit voor een intensivering van de aanpak van internet-oplichting (zie hier). Naast uitbreiding van de opsporing en vervolging en het intensiveren van de privaat-publieke samenwerking, wordt gepleit voor verruiming van verhaalsmogelijkheden. Het voorstel komt niet onverwacht; in de media is veel belangstelling voor slachtoffers van internet-oplichting (bijvoorbeeld in het programma Kassa). Bestrijding van horizontale fraude (fraude tussen particulieren) via het strafrecht is op zich natuurlijk legitiem; de bescherming van het sociaal-economische verkeer is immers een publiekrechtelijk belang. De overheid vent die boodschap uit, want roept op tot het doen van aangifte van internet-oplichting. Daar tegenover staat dat algemeen bekend is dat het afsluiten van financiële transacties via het internet risico’s meebrengt. Dat weerhoudt de gemiddelde burger niet van koop en verkoop via dit medium. Is het dan legitiem om van de strafrechtelijke overheid te vragen om verruimde verhaalsmogelijkheden te bieden, zoals het CDA voorstelt? En is, in dat spoor gedacht, de stelling van minister Blok, dat de aanpak van online fraude en offline fraude niet wezenlijk moet verschillen realistisch (Kamerstukken II 2016/17, 34615, 10,  p. 32)? O
Lees verder