Auteursarchief: Ivo Giesen

Ivo Giesen

Over Ivo Giesen

Ivo Giesen is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder aansprakelijkheidsrecht en burgerlijk procesrecht, aan de Universiteit Utrecht en programmaleider van het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law. Zijn werk is een zoektocht naar creatieve oplossingen voor hedendaagse maatschappelijke problemen binnen het aansprakelijkheids- en procesrecht, gefundeerd op het geldende recht, maar altijd naar buiten kijkend (interne rechtsvergelijking, externe rechtsvergelijking, psychologie, sociologie, economie, etc.) om inspiratie op te doen, en daarbij zonder aarzeling (oude) grenzen overschrijdend waar nodig.

Stuur e-mail | Profielpagina

(Zelf)Regulering van en in het privaatrecht: op zoek naar een ‘ReL’?

Er is op dit moment alle aanleiding – geen zorg, ik licht dat hieronder toe – om de vraag naar de verantwoordelijkheid van de privaatrechtelijke wetgever, mede in relatie tot de civiele rechter, opnieuw aan de orde te stellen. Dat betekent in het huidige tijdsgewricht wel dat daarbij tevens een derde groep van (neutraal geformuleerd) ‘regelmakers’ in de beschouwing moet worden meegenomen. Het gaat dan om de private actoren (als in: de markt, de branches) die bij het uitvaardigen van ‘regelgeving’ betrokken zijn; kortom, zelfregulering of alternatieve regelgeving. Dat fenomeen roept namelijk de vraag op: wanneer moet de wetgever optreden en wanneer laat deze private actoren aan het roer?  Lees verder

Twee blije WhatsApp-ers over affectieschade

Noot vooraf van de redactie: Via het e-mailadres van de Ucall blogcommissie ontvingen wij, de redactie van het Ucall weblog, hedenochtend de onderstaande tekst. Naar het zich laat aanzien betreft het een WhatsApp-conversatie tussen twee Ucall’ers over de acceptatie van de vergoeding van affectieschade in Nederland. Of het de bedoeling was om deze reeks berichten ter publicatie aan te bieden, weten we niet, maar de actualiteit van het thema  rechtvaardigt dat wel. Voor vragen of nadere duiding kunt u zich vervoegen bij de auteurs.  Lees verder

De juridische ‘angle’ aan het ‘doenvermogen’ van de WRR

In het in april 2017 gelanceerde rapport ‘Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid’ is door de WRR betoogd dat naast het ‘denkvermogen’ van de burger in de huidige participatiesamenleving ook de nodige aandacht zou moeten worden besteed aan diens ‘doenvermogen‘. De overheid rekent er immers op dat de participerende burger zelfredzaam is als het gaat om bijvoorbeeld gezondheid, arbeidsmarktperspectieven en financiën. Kortom, dat de burger in staat is om te doen wat nodig is. Voor dat doenvermogen zijn onze ‘niet-cognitieve vermogens, zoals een doel stellen, in actie komen, volhouden en om kunnen gaan met verleiding en tegenslag’, aldus de WRR, van eminent belang. Niet iedere burger is in gelijke mate bedeeld met die vermogens. Het daarmee geijkte kernbegrip ‘doenvermogen’ toetst aldus, in essentie, of de burger kan doen wat de overheid van hem, als participerend burger, verwacht. Om problemen in de uitvoeringsfase van nieuwe regelgeving tegen te gaan, moet ten tijde van het maken van beleid en/of wetgeving, alvast worden bezien of dat doenvermogen bij de betrokken burgers aanwezig mag worden verondersteld. Expliciet moet dus de vraag aan de orde komen, aldus de WRR op p. 140, en sinds januari jl.  ook het Kabinet, “of de inrichting van de regelgeving rekening houdt met verschillen in doenvermogens van de burger”.  Lees verder

Greenworld en QNOW: aansprakelijkheid wegens onrechtmatige rechtspraak van een nieuwe invulling voorzien!

 

Sinds het Greenworld-arrest uit 2009 is er een discussie gaande over de vraag of de Hoge Raad in dat arrest afstand heeft gedaan van zijn eerdere standaardrechtspraak uit 1971 als het om staatsaansprakelijkheid wegens onrechtmatige rechtspraak gaat. In deze bijdrage wordt ervan uit gegaan dat dit inderdaad het geval is. Omdat die Greenworld-zaak uiteindelijk een zaak van arbitrale aansprakelijkheid betrof, wordt in dit blog vervolgens besproken wat de mogelijke invloed op die nieuwe regels inzake staatsaansprakelijkheid is van het QNOW-arrest dat specifiek handelde over de aansprakelijkheid van een arbiter. Betoogd wordt dat de Hoge Raad in dat arrest de toepassingsvoorwaarden voor de Greenworld-aansprakelijkheid licht versoepeld heeft, zodat (ook) de aansprakelijkheid wegens onrechtmatige rechtspraak (iets) eenvoudiger bereikbaar is geworden. Doordat de nieuwe criteria voor onrechtmatigheid in gevallen van onrechtmatige rechtspraak na het QNOW-arrest nauw aansluiten bij reeds bekende maatstaven uit andere delen van het aansprakelijkheidsrecht, is aldaar ook verdere inspiratie te halen als het gaat om de toekomstige toepassing van de regels van onrechtmatige rechtspraak. Lees verder

Ingehaald door de geschiedenis… Tijdloze vragen voor de toekomst: historisch onrecht

Eens in de zoveel tijd wordt de rechtswetenschap – en vaak kort daarna de rechtspraktijk getroffen door de plotsklapse aandacht voor een voorheen onderbelicht thema en blijkt er opeens een ‘trending topic’ te zijn opgestaan. De zogenoemde ‘omkeringsregel’ was er zo een, net als de klachtplicht, en recenter de juridische problemen rondom zelfrijdende auto’s. Zo’n fenomeen meen ik ook te ontwaren – hoewel het wat voorzichtiger aan de poorten rammelt – waar het gaat om ‘historisch onrecht’. Ik doel dan op die gevallen waarin nu, vele jaren na dato, langs juridische weg gezocht wordt naar erkenning en genoegdoening voor leed dat in het verleden is toegebracht aan (groepen) mensen hier of elders. Lees verder

Anticiperen op de stelplicht: voetangels en klemmen in het ‘letselschadebewijsrecht’

Tijdens het laatste symposion van de vereniging voor letselschadeadvocaten (LSA) op 27 januari jongstleden was de aandacht volledig gericht op de ‘opbouw’ van een personenschadezaak vanaf de intake tot de regeling of uitspraak. Ik was door de organisatoren gevraagd iets te komen vertellen over het inschatten van voetangels en klemmen met betrekking tot de stelplicht en het bewijs bij het opzetten en behandelen van een personenschadezaak. Daarover is natuurlijk het nodige te zeggen. Ik onderscheidde zelf drie thema’s voor de nog te verschijnen bundel naar aanleiding van het congres. Daarvan licht ik er één hier uit, namelijk de noodzaak om te anticiperen op de stelplicht en de (gemotiveerde) betwistingsplicht. Ik bekijk dit thema vanaf de intake, dus vanaf het moment waarop en de rechtsbijstandverleners en de verzekeraar(s) inschattingen moeten gaan maken, vooruit moeten gaan denken, en moeten gaan bedenken wat een eventueel later in te schakelen rechter – want dat is steeds het uiteindelijke perspectief – zal beslissen, gegeven hetgeen gebeurd is tussen slachtoffer en (vermeende) dader.

Lees verder

De ‘Yuridisering’ van Nederland

hoge-raad-2De Olympische Spelen in Rio brachten afgelopen augustus mooie sport en zinderende spanning, maar ook, via het kort geding dat turner Yuri van Gelder aanspande nadat hij uitgesloten werd van deelname, het besef dat de juridisering van de samenleving ook in Nederland hard toegeslagen heeft. Niets geen ‘Amerikaanse’ toestanden, maar ‘Hollands welvaren’, zo lijkt het.

Lees verder

The Great Divide: Facts versus Values

council-on-business-society-on-the-migrant-issueFollowing the example set by American scholarship, legal scholarship in Europe has produced more and more multidimensional academic work relating to a wide array of topics that traditionally belong to the field of law over the last few decades. In these empirically-orientated legal studies, ‘extralegal knowledge’, i.e. empirical insights stemming from disciplines such as psychology, sociology, and economics, are combined with existing legal insights based on traditional legal argumentation techniques, and then transformed into ‘novel’ legal knowledge to further different sorts of public policy aims. One of many intriguing, and as yet unresolved questions underlying these kinds of studies in Empirical Legal Scholarship is whether it is in fact possible – and if so, how, why and when – to leap from such extralegal empirical insights to normative legal conclusions.
Lees verder

De Oslo Principles: zijn de gevaren van ‘climate change’ juridisch te redresseren?

Climate change - ijsbeerOp 1 maart 2015 werden de Oslo Principles on Global Climate Change Obligations aangenomen. Het betreft hier, aldus de preambule bij die Principles, ‘a set of Principles that comprise the essential obligations States and enterprises have to avert the critical level of global warming’. Deze principes, die aldus neerleggen welke juridische verplichtingen staten en bedrijven hebben om de effecten van klimaatverandering een halt toe te roepen, lijken nog niet erg bekend in Nederland – al komt daar wellicht verandering in met de recente publicatie van de Spier-bundel – en roepen ook wel enkele vragen op. Die onbekendheid is betreurenswaardig, omdat de maatschappelijke kwestie die door de Principles aangesneden wordt, ons allen (en de generaties na ons) aangaat.
Lees verder

De civielrechtelijke sanctionering van schendingen van de beginselen van burgerlijk procesrecht

Asser Procesrecht 1 Beginselen van burgerlijk procesrechtBegin december 2015 verscheen in de Asser Procesrecht-reeks een deel van mijn hand over ‘Beginselen van burgerlijk procesrecht’ (Wolters Kluwer: Deventer 2015). Daarin bespreek ik, na enkele Algemene beschouwingen, de leidende beginselen van het civiele procesrecht, vanuit Nederlands en Europees perspectief. Gevoed door het onderzoek naar en de analyse van de zeven besproken beginselen van procesrecht, heb ik in die Algemene beschouwingen een hoofdstuk opgenomen over ‘Sanctionering na schendingen van een beginsel van procesrecht’. Ik ontdekte in mijn onderzoek naar die zeven specifieke beginselen namelijk al snel dat de sanctionering van schendingen van die beginselen (welke vrijwel altijd ook als mensenrecht beschermd worden door artikel 6 EVRM en artikel 47 Handvest EU) in Nederland nogal stiefmoederlijk bedeeld is. Het thema wordt niet tot nauwelijks besproken in de doctrine en veel specifieke regels (via wetgeving of rechtspraak) zijn er ook al niet. Mitsdien weten wij ons eigenlijk nauwelijks raad met de sanctionering van dit soort schendingen. Ik meen dat dit een slechte zaak is, dat er dus dringend verbetering nodig is en dat er – gelukkig – ook een oplossing beschikbaar is.
Lees verder