Auteursarchief: Ivo Giesen

Ivo Giesen

Over Ivo Giesen

Ivo Giesen is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder aansprakelijkheidsrecht en burgerlijk procesrecht, aan de Universiteit Utrecht en programmaleider van het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law. Zijn werk is een zoektocht naar creatieve oplossingen voor hedendaagse maatschappelijke problemen binnen het aansprakelijkheids- en procesrecht, gefundeerd op het geldende recht, maar altijd naar buiten kijkend (interne rechtsvergelijking, externe rechtsvergelijking, psychologie, sociologie, economie, etc.) om inspiratie op te doen, en daarbij zonder aarzeling (oude) grenzen overschrijdend waar nodig.

Stuur e-mail | Profielpagina

Ingehaald door de geschiedenis… Tijdloze vragen voor de toekomst: historisch onrecht

Eens in de zoveel tijd wordt de rechtswetenschap – en vaak kort daarna de rechtspraktijk getroffen door de plotsklapse aandacht voor een voorheen onderbelicht thema en blijkt er opeens een ‘trending topic’ te zijn opgestaan. De zogenoemde ‘omkeringsregel’ was er zo een, net als de klachtplicht, en recenter de juridische problemen rondom zelfrijdende auto’s. Zo’n fenomeen meen ik ook te ontwaren – hoewel het wat voorzichtiger aan de poorten rammelt – waar het gaat om ‘historisch onrecht’. Ik doel dan op die gevallen waarin nu, vele jaren na dato, langs juridische weg gezocht wordt naar erkenning en genoegdoening voor leed dat in het verleden is toegebracht aan (groepen) mensen hier of elders. Lees verder

Anticiperen op de stelplicht: voetangels en klemmen in het ‘letselschadebewijsrecht’

Tijdens het laatste symposion van de vereniging voor letselschadeadvocaten (LSA) op 27 januari jongstleden was de aandacht volledig gericht op de ‘opbouw’ van een personenschadezaak vanaf de intake tot de regeling of uitspraak. Ik was door de organisatoren gevraagd iets te komen vertellen over het inschatten van voetangels en klemmen met betrekking tot de stelplicht en het bewijs bij het opzetten en behandelen van een personenschadezaak. Daarover is natuurlijk het nodige te zeggen. Ik onderscheidde zelf drie thema’s voor de nog te verschijnen bundel naar aanleiding van het congres. Daarvan licht ik er één hier uit, namelijk de noodzaak om te anticiperen op de stelplicht en de (gemotiveerde) betwistingsplicht. Ik bekijk dit thema vanaf de intake, dus vanaf het moment waarop en de rechtsbijstandverleners en de verzekeraar(s) inschattingen moeten gaan maken, vooruit moeten gaan denken, en moeten gaan bedenken wat een eventueel later in te schakelen rechter – want dat is steeds het uiteindelijke perspectief – zal beslissen, gegeven hetgeen gebeurd is tussen slachtoffer en (vermeende) dader.

Lees verder

De ‘Yuridisering’ van Nederland

hoge-raad-2De Olympische Spelen in Rio brachten afgelopen augustus mooie sport en zinderende spanning, maar ook, via het kort geding dat turner Yuri van Gelder aanspande nadat hij uitgesloten werd van deelname, het besef dat de juridisering van de samenleving ook in Nederland hard toegeslagen heeft. Niets geen ‘Amerikaanse’ toestanden, maar ‘Hollands welvaren’, zo lijkt het.

Lees verder

The Great Divide: Facts versus Values

council-on-business-society-on-the-migrant-issueFollowing the example set by American scholarship, legal scholarship in Europe has produced more and more multidimensional academic work relating to a wide array of topics that traditionally belong to the field of law over the last few decades. In these empirically-orientated legal studies, ‘extralegal knowledge’, i.e. empirical insights stemming from disciplines such as psychology, sociology, and economics, are combined with existing legal insights based on traditional legal argumentation techniques, and then transformed into ‘novel’ legal knowledge to further different sorts of public policy aims. One of many intriguing, and as yet unresolved questions underlying these kinds of studies in Empirical Legal Scholarship is whether it is in fact possible – and if so, how, why and when – to leap from such extralegal empirical insights to normative legal conclusions.
Lees verder

De Oslo Principles: zijn de gevaren van ‘climate change’ juridisch te redresseren?

Climate change - ijsbeerOp 1 maart 2015 werden de Oslo Principles on Global Climate Change Obligations aangenomen. Het betreft hier, aldus de preambule bij die Principles, ‘a set of Principles that comprise the essential obligations States and enterprises have to avert the critical level of global warming’. Deze principes, die aldus neerleggen welke juridische verplichtingen staten en bedrijven hebben om de effecten van klimaatverandering een halt toe te roepen, lijken nog niet erg bekend in Nederland – al komt daar wellicht verandering in met de recente publicatie van de Spier-bundel – en roepen ook wel enkele vragen op. Die onbekendheid is betreurenswaardig, omdat de maatschappelijke kwestie die door de Principles aangesneden wordt, ons allen (en de generaties na ons) aangaat.
Lees verder

De civielrechtelijke sanctionering van schendingen van de beginselen van burgerlijk procesrecht

Asser Procesrecht 1 Beginselen van burgerlijk procesrechtBegin december 2015 verscheen in de Asser Procesrecht-reeks een deel van mijn hand over ‘Beginselen van burgerlijk procesrecht’ (Wolters Kluwer: Deventer 2015). Daarin bespreek ik, na enkele Algemene beschouwingen, de leidende beginselen van het civiele procesrecht, vanuit Nederlands en Europees perspectief. Gevoed door het onderzoek naar en de analyse van de zeven besproken beginselen van procesrecht, heb ik in die Algemene beschouwingen een hoofdstuk opgenomen over ‘Sanctionering na schendingen van een beginsel van procesrecht’. Ik ontdekte in mijn onderzoek naar die zeven specifieke beginselen namelijk al snel dat de sanctionering van schendingen van die beginselen (welke vrijwel altijd ook als mensenrecht beschermd worden door artikel 6 EVRM en artikel 47 Handvest EU) in Nederland nogal stiefmoederlijk bedeeld is. Het thema wordt niet tot nauwelijks besproken in de doctrine en veel specifieke regels (via wetgeving of rechtspraak) zijn er ook al niet. Mitsdien weten wij ons eigenlijk nauwelijks raad met de sanctionering van dit soort schendingen. Ik meen dat dit een slechte zaak is, dat er dus dringend verbetering nodig is en dat er – gelukkig – ook een oplossing beschikbaar is.
Lees verder

Aansprakelijkheid voor dieren jegens medebezitters revisited: de Hoge Raad wijst af!

bijtende hondEnige weken blogde ik over de prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over de mogelijke aansprakelijkheid op grond van art. 6:179 BW ten opzichte van de medebezitter van een dier. Ik concludeerde in dat Blog dat het met deze zaak, gegeven wat er lag aan argumenten, nog steeds alle kanten op zou kunnen, maar ik voorspelde ook dat de Hoge Raad die aansprakelijkheid zou moeten accepteren. Ik citeer: “De Hoge Raad volgt de lijn uit de Hangmat-zaak, want het daar (mijns inziens) dragende argument, dat van de gedeelde draagplicht (en dus gedeelde verantwoordelijkheid), geldt hier evenzeer.” Ik had gelukkig de helderheid van geest om nog een groot voorbehoud te maken (“Maar wat die analogie werkelijk waard blijkt te zijn, moeten we nog zien”) want niets bleek minder waar, zo liet de Hoge Raad ons op 29 januari weten (HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:162 (X./Delta Lloyd Schadeverzekeringen). Lees verder

Aansprakelijkheid voor dieren jegens medebezitters: landt de medebezitter in een gespreide hangmat?

bijtende hondDe risicoaansprakelijkheid van bezitters van dieren voor gedragingen (‘eigen energie’) van het dier zoals neergelegd in art. 6: 179 BW, is ontworpen ter bescherming van buitenstaanders, derden, net zoals dat het geval is bij de artt. 6:169-172 BW. Als mijn hond de buurman of een toevallige passant bijt, ben ik als bezitter aansprakelijk. Maar vaak zijn dieren in het bezit van meerdere personen tezamen:  het gezin Jansen heeft een hond of kat, en niet alleen vader Jansen of moeder Jansen. Als er inderdaad meerdere bezitters zijn, rijst de vraag of de risicoaansprakelijkheid van art. 6:179 BW  ook inroepbaar is door een van die medebezitters jegens een andere medebezitter, door mevrouw Jansen ten opzichte van meneer Jansen bijvoorbeeld. Dit soort vragen zijn niet alleen theoretisch interessant, maar spelen ook in de rechtspraktijk.

Lees verder

Een Constitutioneel Hof in Nederland? Zuid-Afrika en wrongful life als voorbeeld…

contcourtlogoIn Nederland staat al jaren – en met name ook de afgelopen tijd weer – ter discussie of constitutionele toetsing een instrument is dat onze rechtsorde zou kunnen verrijken, naast de al bestaande toetsing aan verdragen zoals het EVRM. Daarop aansluitend rijst tevens de vraag of wij ook een Constitutioneel Hof, als een zelfstandige rechterlijke instantie, zouden moeten introduceren.  De consequenties daarvan zijn in potentie enorm, wat betekent dat deze discussie voor alle rechtsbeoefenaars, niet alleen publiekrechtelijk georiënteerde juristen maar ook bijvoorbeeld civilisten, van groot belang is. Ik neem u graag kortstondig mee naar Zuid-Afrika om u te laten zien wat voor invloed een zelfstandig grondwettelijk Hof kan hebben op het privaatrecht in het algemeen en het civiele aansprakelijkheidsrecht in het bijzonder. Lees verder

Veiligheid en aansprakelijkheid van secundaire daders: een groeisector?

Bloemenzee_voor_winkelcentrum_de_RidderhofIn diverse semipublieke sectoren wordt door private instellingen (ziekenhuizen, woningcorporaties, scholen, etc.) aan de lopende band uitvoering gegeven aan wat in essentie publieke taken zijn. Dit is mede terug te voeren op de heersende privatiseringstendens. Als gevolg van deze tendens zijn er ook nieuwe ontwikkelingen en vragen te verwachten voor het aansprakelijkheidsrecht. Eén van de vragen betreft de kwestie van wat in de Verenigde Staten onder de noemer inadequate security wordt geschaard. In Nederlandse termen: aansprakelijkheid voor het op ontoereikende wijze waarborgen tegen inbreuken op de (fysieke) veiligheid door derden. Lees verder